maandag 26 december 2016

Tempels en trappen, Mel schrijft ook wel eens

Steile trappen
Een stoet trekt door de nacht, tuktuk na tuktuk rijden over de donkere landwegen. Her en der een verdwaalde fietser. Tussen de bomen, in de hutten langs de weg, gaan de lampen gestaag aan. Het is half vijf, we zijn op weg naar Angkor Wat en het is stervenskoud. Saskia vindt het wel prettig, maar ik heb mijn overhemd dicht geknoopt. Dat zegt al genoeg.
De stoet wordt een processie, samen met honderden andere toeristen schuifelen we bij maanlicht door het zand. In de verte zien we lampjes. Gidsen die hun diensten aanbieden, we passeren hen en gaan over een brede stenen brug waarop een muur volgt. Via een poortje komen we Angkor Wat binnen. ‘Het huis van de goden’ had ik in de Lonely Planet gelezen. We worden ontvangen door nieuwe lichtjes.
                ‘Buy a book, sir?’
Nee, hebben we niet nodig. Vijftig meter verder kijken we elkaar aan, of misschien wel?
                ‘Ik ben lui geweest’, bekent Saskia, ‘ik heb hier niks over gelezen.’
Mijn eigen kennis rijkt ook niet verder dan ‘huis van de goden’. Dus we draaien ons om en zetten een paar stappen terug.
                ‘We want to buy a book.’
Het boek dat ik in mijn handen gedrukt krijg draai ik direct om. 28$ zegt het prijskaartje, of wel drie overnachtingen. Dat gaat hem  niet worden.
                ’18 Dollar, special price for you.’
In het licht van de zaklamp ontwaar ik een hoopvolle blik in de ogen van de verkoper. Ik kijk Saskia aan.
                ‘Vijf Dollar?’
                ‘Vijf Dollar.’
                ‘Five Dollar,’ antwoord ik.
                ‘Not enough, I won’t make any profit,’ klaagt de verkoper.
Dan niet, we lopen door. Met elke stap daalt de prijs. Bij zes geef ik toe en koop het. Een boek rijker sluiten we ons weer aan bij de stroom. Had ik het ook voor vier kunnen krijgen?

Een tempel met verzakte trappen
Het is inmiddels zes uur en op de trappen van een tempel wachten we op iets dat elke dag gebeurt. Het wordt langzaamaan licht. Op onze schoten liggen bakjes met een zout omelet, dat nadat een stel chinezen langs mij omhoog klimmen, knarst het met elke hap. Halverwege geef ik het op. De zon doet haar ding en de hemel kleurt oranje en rood. Ik ga staan en zoek een betere plek op. Een zee van achterhoofden verdekken de vijvers, maar ik heb enkel oog voor het silhouet van de immense tempel en de gekleurde hemel. Ik denk diepe gedachtes, naast mij op de grond zit Saskia te lezen over waar we zijn. Als ik uitgekeken ben gaan we de tempel in. Over een stenen brug, stenen trappen op, een stenen muur met een poort.
‘Alleen de goden mochten in stenen gebouwen wonen, de rest van de gebouwen waren van hout’, weet Saskia mij te vertellen. ‘Deze tempel is gebouwd in referentie naar hun heilige berg.’
Dat is gelukt, ik voel me klein. We slenteren verder en onze wegen scheiden zich.
                ‘Do you know what these are?’ vraagt een mede-bezichtiger.
Met een beige hoed, een linnen overhemd en een beige broek zie ik eruit als iemand die zoiets weet. Gelukkig heeft Saskia mij ook dat vertelt.
                ‘Water basins’, antwoord ik dus.
                ‘Water basils’, zegt hij tegen zijn compagnon.
Goed genoeg denk ik en loop nog meer trappen op.

Trappen die naar beneden lopen
Trappen zijn een alom vertegenwoordigde eigenschap van de tempels. Steile trappen; die je op handen en voeten op gaat. Verzakte trappen. Trappen die naar beneden lopen; zoals bij het tempel meer. Een stel trappen leidt naar een donkere kamer het hart van de Angkor Tom. Gezamenlijk met twee anderen zit Saskia op de grond, starend naar het door kaarsen verlichte beeldje. Ik maak van het trio een kwartet. Het gelul uit de portofoon van de bewaakster houdt gauw op te storen. Ik zit er een poosje en staar. Dan komen er meer mensen binnen, iemand maakt een foto, flits; het poosje is voorbij. Als ik naar buiten ga en mijn sandalen weer aantrek staat Saskia op mij te wachten.
                ‘Ik wil ook zo’n donkere ruimte in ons appartement’, beken ik.
                ‘Gewoon het licht op de wc niet aandoen’, oppert zij.

We gaan door naar de volgende tempel.


Ingang naar een donkere kamer het hart van de Angkor Tom
  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten