Chau Doc – 17 december
| Chau Doc vanaf de brug |
We liepen langs de weg en staarden naar de huizen op palen. We kwamen langs bruiloft en nog een ander feest. Die worden hier niet binnen gevierd, maar buiten op straat. In Ho Chi Minh stad hadden we al veel winkels gezien met bloemenbogen, maar hier zagen we ze in actie. De bogen worden uitgestald op de straat, band erbij, dikke boxen, tafels en er is feest! Alcohol werd er ook genoeg geschonken. Het was 11 uur toen we er langs liepen en de mannen lalden al olijk naar ons. Een man heeft volgens mij Mel een aanbod gedaan om mij te kopen. Voor omgerekend zeker zo’n 4 of 5 euro. Toch maar niet gedaan. Wie moet er anders zijn sandalen in haar rugzak nemen? We gingen weer terug naar Chau Doc en liepen daar een andere brug over. We kwamen in een deel van de stad waar weinig toeristen komen. Mensen kwamen uit hun huis om HELLOOOOOOO tegen ons te zeggen. Kinderen die heel blij zwaaien. Het zag er allemaal gezellig uit. Het was zaterdag en families zaten spelletjes te doen, met hun huisdieren te spelen. Een gezin was met elkaar aan het karaoke zingen. Ik had niet verwacht dat ik zou vallen voor van die lachende locals, maar dat deel van Chau Doc heeft mijn hart een beetje gestolen. ’s Avonds aten we weer bij onze kinderstoeltjes parasolletjes marktkraampje. De volgende dag zouden we het land verlaten, op naar Cambodja.
Phnom Penh – 18 december
We vertrokken met de boot over de Menkong Delta naar Phom Penh. Mel was enthousiast hoopvol omdat zijn zorgvuldig uitgedachte plan eindelijk in vervulling ging. Op de postkaarten die ik van de boten had gezien, gleden ze langs huizen op palen en door drijvende markten. Om 07:00 stonden we klaar met onze tassen; kom maar op met die idylle. We werden opgehaald en onze lift stond al klaar. Geen taxi, maar een fiets met een aanhangwagentje. Onze bagage werd erop gegooid en toen was het wagentje vol. Toen drong het pas tot mij door. Wij moesten, tot mijn afschuw, daar ook in. Met schaamrood op de kaken stapten we in de veredelde kruiwagen. Het paste niet. Ik had 1 bil te veel. Daar gingen we dan. Wanhopig onze tassen op z’n plaats houdend. Twee grote, blanke mensen achterop bij een verschrompelde oude Vietnamees. En hij maar trappen. Terwijl we door de stad reden werden we aangestaard. Ik kon wel door de grond zakken.
Gelukkig bood de chauffeur afleiding in de vorm van conversatie:
| Wel lekker veel gelezen op de saaie boot |
Whe joe from?
Holland
Ahh….
Hij pauzeerde even en zei: ‘ you give me biggggg tip, yes.’ en draaide zich weer om. Gesprek voorbij.
Ik haatte alles aan het ritje. Mel en ik bestierven toen we doorkregen dat de afstand die we aan het afleggen waren ook makkelijk te voet te doen was. Na deze ongemakkelijke rit kochten wij ons schuldgevoel af met een dikke fooi (waardoor we ons nog stommer voelden). In de overvolle boot vonden we nog twee plekjes. Ik had een leuk gesprek met een oudere Parisienne en werd haar ‘ savieur merveuilleuse’ nadat ik haar e-reader repareerde. Mel vertelde dat Frans nog een officiele taal was in Cambodja, dus ik had in ieder geval geoefend.
De idylle bleek een farce. Geen dorpjes maar een lange, rechte, brede rivier met aan weerszijde niks gedurende vijf uur. Kijk, een boot! riep Mel uit na anderhalf uur. Dat was het spannendste wat er gebeurde gedurende rit, op het water dat via het open raam in zijn gezicht opklotste. In Camboja aangekomen moesten we naar een grenspost eilandje. Formulieren, stempels, paspoorten inleveren. Ik krijg het mijne terug. Enthousiast blader ik naar mijn visum pagina.” Schmull, man, 1943.” Nu hoefde ik niet lang na te denken voordat ik doorhad dat dit het visum was dat bestemd was voor de Israelische heer die bij mij in de boot zat. Ik naar dat kantoor. ‘Ik heet geen Schmull’ ‘ Sorry madam sorry, you get new visa’. 5 minuten Saskia, vrouw, 1992 ook welkom in Cambodja.
Aangekomen werden we belaagd door tuktuk chauffeurs. Ik stond erop dat we na ons ongevraagde fietavontuur van die ochtend zouden lopen. Na 20 minuten bereikten we ons hotel. Het is erg mooi. We hebben uitzicht op het paleis en haar tuinen. We hebben de rest van de middag doorgebracht in het park, waar we ijs aten, de vlaggen die langs de boulevard stonden probeerden te plaatsen en naar mensen staarden. Ze spreken geen Frans hier, maar wel een andere taal: dollars.
Alles is hier in dollars, nergens zijn prijzen in de lokale munteenheid, ook buiten de toeristengebieden. Mensen zijn minder vriendelijk en best opdringerig. Mijn glimlach had plaats gemaakt
| Zonsondergang in onze achtertuin |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten