dinsdag 20 december 2016

Mel, Saskia en de ongevraagde fietstaxi rit

Chau Doc – 17 december
Hongerig stonden we aan de receptie. Waar kunnen we heen voor ontbijt? Zijn gebroken Engels verstonden we niet, maar zijn wijzende arm begrepen we wel. Naar links. Okay, wij naar links. Geen van de zeldzame eetgelegenheden die voor ons verschenen, zagen eruit alsof ze ons een ontbijtje in Europese stijl zouden kunnen verzorgen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik hoef geen maaltijdsoep in de ochtend. Zelfs niet als er garnalen in zitten. Na 20 minuten stug te hebben doorgelopen, kwamen we bij een sneu tentje waar ze een omelet op de kaart hadden staan. Er was geen hond te bekennen en de bediening had zich ook verstopt. Dankzij die Trieste bedoeling begrepen wij dat we ons verlangen naar eieren maar opzij moeten zetten als we lekker wilden eten. We gingen terug naar de markt waar we de dag daarvoor hadden gegeten. Overal gedroogde vis, ananassen en dadels. Af en toe zat er een vrouw op de grond met een mini keukentje. Na 8 vrouwen vielen we voor de glimlach van de 9e (dat we al erg honger hadden speelde ook mee) . Twee bakken noodles met groenten werden volgeschept, ze gooide twee soorten saus erbij en 1,5 euro armer liepen we met ons plastic zakje weg. We besloten op een plein met een tempel te gaan zitten op een bankje. De dag daarvoor hadden we dikke ratten daar zien rondrennen, dus we zullen vast niet de enige zijn die dat een mooi plekje vinden. De ratten sliepen gelukkig nog en wij genoten van onze noodles. Voor ons was een vrouw takken door een houtversnipperaar aan het halen. Of tenminste dat dacht ik; het was suikerriet, wist Mel mij te vertellen. Daar maken ze een drankje van met ijs en limoensap. Wil je het proberen? Nou ja, doe maar, dat klonk lekker! Een paar minuten later stonden de verkoopster, Mel en ik alle drie te lachen. Zij naar het geld, wij naar onze plastic bekertjes. Een eerste slokje dan maar. SMERIG. SME-RIG! De zoete meuk ging door merg en been. Lachen naar het vrouwtje en hard weglopen. Mel vond een prullenbak. Ik had dorst en haat weggooien, dus dronk dapper door. We besloten langs de rivier te lopen en daar iets te drinken te zoeken om de smaak mee weg te spoelen. Ondertussen kwamen we langs marktkraampjes. Daar waren zeilen overheen gespannen die zo laag waren, dat zowel Mel als ik moest bukken. Ik voelde me net de GVR, die iedereen op beleefde, doch besliste toon ‘no thank you’  meedeelde. Onze wandeltocht voerde ons naar de overkant van de rivier. We zagen een moskee in de verte en besloten er heen te lopen. Er deed al snel een nieuw dorpje voor ons aan. 
Chau Doc vanaf de brug
We liepen langs de weg en staarden naar de huizen op palen. We kwamen langs bruiloft en nog een ander feest. Die worden hier niet binnen gevierd, maar buiten op straat. In Ho Chi Minh stad hadden we al veel winkels gezien met bloemenbogen, maar hier zagen we ze in actie. De bogen worden uitgestald op de straat, band erbij, dikke boxen, tafels en er is feest! Alcohol werd er ook genoeg geschonken. Het was 11 uur toen we er langs liepen en de mannen lalden al olijk naar ons. Een man heeft volgens mij Mel een aanbod gedaan om mij te kopen. Voor omgerekend zeker zo’n 4 of 5 euro. Toch maar niet gedaan. Wie moet er anders zijn sandalen in haar rugzak nemen? We gingen weer terug naar Chau Doc en liepen daar een andere brug over. We kwamen in een deel van de stad waar weinig toeristen komen. Mensen kwamen uit hun huis om HELLOOOOOOO tegen ons te zeggen. Kinderen die heel blij zwaaien.  Het zag er allemaal gezellig uit. Het was zaterdag en families zaten spelletjes te doen, met hun huisdieren te spelen. Een gezin was met elkaar aan het karaoke zingen. Ik had niet verwacht dat ik zou vallen voor van die lachende locals, maar dat deel van Chau Doc heeft mijn hart een beetje gestolen. ’s Avonds aten we weer bij onze kinderstoeltjes parasolletjes marktkraampje. De volgende dag zouden we het land verlaten, op naar Cambodja.

Phnom Penh – 18 december

We vertrokken met de boot over de Menkong Delta naar Phom Penh. Mel was enthousiast hoopvol omdat zijn zorgvuldig uitgedachte plan eindelijk in vervulling ging. Op de postkaarten die ik van de boten had gezien, gleden ze langs huizen op palen en door drijvende markten. Om 07:00 stonden we klaar met onze tassen; kom maar op met die idylle. We werden opgehaald en onze lift stond al klaar. Geen taxi, maar een fiets met een aanhangwagentje. Onze bagage werd erop gegooid en toen was het wagentje vol. Toen drong het pas tot mij door. Wij moesten, tot mijn afschuw, daar ook in. Met schaamrood op de kaken stapten we in de veredelde kruiwagen. Het paste niet. Ik had 1 bil te veel. Daar gingen we dan. Wanhopig onze tassen op z’n plaats houdend. Twee grote, blanke mensen achterop bij een verschrompelde oude Vietnamees. En hij maar trappen. Terwijl we door de stad reden werden we aangestaard. Ik kon wel door de grond zakken. 
Gelukkig bood de chauffeur afleiding in de vorm van conversatie:
Wel lekker veel gelezen op de saaie boot
Whe joe from?
Holland
Ahh….
Hij pauzeerde even en zei: ‘ you give me biggggg tip, yes.’ en draaide zich weer om. Gesprek voorbij.
Ik haatte alles aan het ritje. Mel en ik bestierven toen we doorkregen dat de afstand die we aan het afleggen waren ook makkelijk te voet te doen was. Na deze ongemakkelijke rit kochten wij ons schuldgevoel af met een dikke fooi (waardoor we ons nog stommer voelden). In de overvolle boot vonden we nog twee plekjes. Ik had een leuk gesprek met een oudere Parisienne en werd haar ‘ savieur merveuilleuse’ nadat ik haar e-reader repareerde. Mel vertelde dat Frans nog een officiele taal was in Cambodja, dus ik had in ieder geval geoefend.
De idylle bleek een farce. Geen dorpjes maar een lange, rechte, brede rivier met aan weerszijde niks gedurende vijf uur. Kijk, een boot! riep Mel uit na anderhalf uur. Dat was het spannendste wat er gebeurde gedurende rit, op het water dat via het open raam in zijn gezicht opklotste. In Camboja aangekomen moesten we naar een grenspost eilandje. Formulieren, stempels, paspoorten inleveren. Ik krijg het mijne terug. Enthousiast blader ik naar mijn visum pagina.” Schmull, man, 1943.” Nu hoefde ik niet lang na te denken voordat ik doorhad dat dit het visum was dat bestemd was voor de Israelische heer die bij mij in de boot zat. Ik naar dat kantoor. ‘Ik heet geen Schmull’  ‘ Sorry madam sorry, you  get new visa’. 5 minuten Saskia, vrouw, 1992 ook welkom in Cambodja.
Aangekomen werden we belaagd door tuktuk chauffeurs. Ik stond erop dat we na ons ongevraagde fietavontuur van die ochtend zouden lopen. Na 20 minuten bereikten we ons hotel. Het is erg mooi. We hebben uitzicht op het paleis en haar tuinen. We hebben de rest van de middag doorgebracht in het park, waar we ijs aten, de vlaggen die langs de boulevard stonden probeerden te plaatsen en naar mensen staarden. Ze spreken geen Frans hier, maar wel een andere taal: dollars.

Alles is hier in dollars, nergens zijn prijzen in de lokale munteenheid, ook buiten de toeristengebieden. Mensen zijn minder vriendelijk en best opdringerig. Mijn glimlach had plaats gemaakt

Zonsondergang in onze achtertuin
voor mijn beoefende ‘resting bitch face’ om een beetje rust te krijgen. Dat deed mijn humeur niet veel goed. ’s Avonds sjokte ik vermoeid naar het restaurant dat een jongen ons eerder die dag had aangeraden. Daar kreeg ik precies wat ik nodig had; heerlijk eten en een vriendelijke glimlach. De restaurant eigenaar straalde bijna zijn huid uit en niks ervan was gemaakt. Het restaurant was vol, een aantal lege maar helaas gereserveerde tafels na. We wilden weer omkeren, maar de man hield ons staande. Hello! Would you like to have dinner? Wij: ja graag, maar het is vol. Hij pauseerde even en zei, weet je wat, neem die gereserveerde tafel maar. Dankbaar gingen we zitten. Ik wil dat iedereen lekker heeft gegeten als hij hier weggaat, dus als je het niet lust, stuur het terug. We zullen je er niet naar vragen en we geven het eten aan de daklozen. Het gerecht wat ik vervolgens kreeg, wilde ik onder geen beding afstaan. Het was zo heerlijk. Volledig voldaan liepen we vervolgens naar huis toe. ‘Schat, je hoed..’ Snel keerden we weer om na twee minuten de restauranteigenaar tegen te komen met Mel’s hoed in zijn handen. ‘Ik zag dat jullie hem vergeten waren en toen heb ik aan de verschillende tuktuk chauffeurs gevraagd waar jullie heen waren gelopen.’ Met een glimlach van oor tot oor bedankten we de vriendelijke man. Ons vertrouwen in de mensheid was weer hersteld. Mijn glimlach was weer terug.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten