Rust, ontspanning en schoonheid worden geassocieerd met het platteland.
Ik zie echter de paardenstront op de weg en hoor niets dan oorverdovende stilte in mijn dorp.
Ik ben Saskia en ik ben klaar met het platteland.
Als de stenen van de straat zouden kunnen spreken, zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze zich vervelen. Om acht uur ´s ochtends en om vijf uur ´s middags zijn ze druk bezig met overreden worden door auto´s. De andere momenten van de dag liggen daarentegen ze roerloos, bijna wanhopig te wachten op een auto. Polsbroek, mijn woonplaats, bedraagt namelijk 1100 inwoners en niet alle inwoners zijn in het bezit van een auto.
Zo heb ik bijvoorbeeld een fiets. Een blauwe, opoe gazelle om precies te zijn. Al jarenlang mijn trouwe metgezel. Mijn fiets brengt mij overal. Ook na zes uur ´s middags, als onze bus niet meer rijdt.
Samen met mijn fiets laat ik dagelijks de eindeloze weilanden achter me en vlucht ik naar betere oorden. Die wel een supermarkt, een kroeg, een bakker een slager en een ijssalon hebben. Ik doe er boodschappen, ga naar mijn werk en spreek er met vrienden af. Uren kan ik fietsen, meer dan dertig kilometer per dag is geen uitzondering.
Ik kom langs molens, koeien en boerderijen. Ik zie weilanden, weilanden en nog eens weilanden.
Net zolang dat ik in de verte lichtjes zie. De lichtjes van de stad.
De lichtjes die dagelijks duizenden mensen verlichten. Mensen die vrienden ontmoeten, vis kopen, schreeuwen, lachen of struikelen over een losse stoeptegel. De mensen die onderdeel zijn van de stad. Die heerlijk maar de bioscoop, uit eten of naar de discotheek kunnen gaan. Zij die ´s avonds, als het donker is beschenen worden door de straatlantarens en lopend naar huis kunnen.
Lopend over straatstenen. Stenen die zich geen moment vervelen.