maandag 1 augustus 2011

Goed begin is het halve werk

Een paar maanden schreef ik dat ik over mijn dorp. Nu mag ik het daadwerkelijk verlaten.

Na maanden van 'goedemiddag receptie, toestel 444 wordt niet beantwoord' had ik genoeg gespaard voor twee vakanties, tientallen treinreisjes enzovoort.
Maar bovenal voor makelaarskosten, drie maanden huur, vier potten muurverf, schuurpapier, een hoop planken, spijkers, twee fauteuils en een lamp. Ik heb namelijk een kamer. IK heb een kamer. Ik heb een KAMER!
Mijn eigen bureau, mijn eigen kast, mijn eigen bed, mijn eigen bureaulamp en een hele verzameling spinnen.
Na een aantal weekenden verven kwamen mijn ouders gister mijn spullen brengen naar Arnhem.
Ik keek naar de 10m2 geel/wit geverfde muren en mijn hoogslaper. Alles was naar wens en met de hulp van mijn ouders, Iris en Jorg werd mijn kamer binnen tien minuten tot de nok gevuld.
Met matras werd uit het plastic gehaald, bouwpakketten geopend. En voor ik het wist zaten mijn beste vriendin en mijn vriendje met de achterkant van een schroevendraaier spijkers in mijn ikea kledingkast slaan.
Even later werd voor mijn ogen het mooiste bureau ooit in elkaar gezet.
Zelf klom ik mijn hoogslaper in om mijn bed op te maken. Toen ik het rode beddengoed aanpakte en het patroon erop herkende, realiseerde ik me iets. Opeens had ik door dat dit niet zomaar een hobby kamertje was, waar ik af en toe schilderde, maar de plek waar voortaan mijn beddengoed zou liggen.
Waar ik zou lachen, thee drinken, mijn vrienden ontvangen, slapen, lui zou zijn, verdrietig of eenzaam. Waar ik zou leven.

Opeens zag in de kamer mijn toekomst. Niet meer zoals twee maanden terug een mogelijkheid, een kans, maar een toekomst.
Een toekomst in Arnhem.
Een toekomst in mijn eigen kamer.

Een nieuwe start is altijd spannend, maar deze start is erg spannend. Vorig jaar maakte ik namelijk ook een belangrijke beslissing, waar ik dacht goed aan te doen die vervolgens mislukte.
Nu sta ik aan de start van een nieuwe opleiding met bijkomstig een nieuw leven, met dezelfde goede intenties.
Docent Geschiedenis.
Mensen die ik het vertel reageren allemaal bedenkelijk, maar ik verheug me er echt op.
Ik denk dat ik nu eindelijk mijn interesse volg en ik weet dat ik een goede keuze maak.
Nu is het alleen afwachten en hopen dat het de juiste was.
Het goede begin is er in iedergeval.

Dit was Saskia Schrijft,
terug naar de studio.

vrijdag 18 maart 2011

Het Dorp


Rust, ontspanning en schoonheid worden geassocieerd met het platteland.
Ik zie echter de paardenstront op de weg en hoor niets dan oorverdovende stilte in mijn dorp.
Ik ben Saskia en ik ben klaar met het platteland.

Als de stenen van de straat zouden kunnen spreken, zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze zich vervelen. Om acht uur ´s ochtends en om vijf uur ´s middags zijn ze druk bezig met overreden worden door auto´s. De andere momenten van de dag liggen daarentegen ze roerloos, bijna wanhopig te wachten op een auto. Polsbroek, mijn woonplaats, bedraagt namelijk 1100 inwoners en niet alle inwoners zijn in het bezit van een auto.
Zo heb ik bijvoorbeeld een fiets. Een blauwe, opoe gazelle om precies te zijn. Al jarenlang mijn trouwe metgezel. Mijn fiets brengt mij overal. Ook na zes uur ´s middags, als onze bus niet meer rijdt.
Samen met mijn fiets laat ik dagelijks de eindeloze weilanden achter me en vlucht ik naar betere oorden. Die wel een supermarkt, een kroeg, een bakker een slager en een ijssalon hebben. Ik doe er boodschappen, ga naar mijn werk en spreek er met vrienden af. Uren kan ik fietsen, meer dan dertig kilometer per dag is geen uitzondering.
Ik kom langs molens, koeien en boerderijen. Ik zie weilanden, weilanden en nog eens weilanden.
Net zolang dat ik in de verte lichtjes zie. De lichtjes van de stad.
De lichtjes die dagelijks duizenden mensen verlichten. Mensen die vrienden ontmoeten, vis kopen, schreeuwen, lachen of struikelen over een losse stoeptegel. De mensen die onderdeel zijn van de stad. Die heerlijk maar de bioscoop, uit eten of naar de discotheek kunnen gaan. Zij die ´s avonds, als het donker is beschenen worden door de straatlantarens en lopend naar huis kunnen.
Lopend over straatstenen. Stenen die zich geen moment vervelen.

zondag 27 februari 2011

Blijven ademhalen

Advies, van kleins af aan worden we er al mee geconfronteerd. Poets je tanden, spreek met twee woorden en gaap met je hand voor je mond. Hoe ouder je wordt, hoe meer advies je krijgt. En tussen al dat advies, hoe goed ook bedoelt, zit ook slecht advies. Advies, waar je niks mee kan of waar je niks mee opschiet. Een voorbeeld. Toen ik klein was, had ik hoogtevrees. Niet het soort dat bijna iedereen ervaart als ze op een hoge toren staan. Het soort dat ervoor zorgt dat je alleen bij de gedachte van hoogte al aan de grond genageld staat. Onze jaarlijkse skitrip was dan ook niet mijn favoriete uitstapje. Ik bleef 3 jaar in de beginners groep om elke vorm van extreme hoogte te vermijden.
Eén ding was echter niet te vermijden, de vrijdag. Fatale vrijdag, zoals ik hem bestempeld had. Na een week lang lessen werden mijn zus en ik door onze ouders meegenomen naar boven. ‘Jullie hebben een week les gehad, dus we willen nu zien wat jullie kunnen.’, was het motto waarmee ik met gevaar voor eigen leven van zo’n berg af werd geduwd. Deze beginners berg mocht voor mijn ouders met hun ogen dicht te skiën zijn, voor mij was de gondel alleen al een probleem. Zittend in de skilift, met mijn benen naar beneden bungelend werd ik steeds verder de berg op getrokken. Mijn vader, die door had dat ik steeds witter wegtrok, zei dat ik vooral naar boven moest blijven kijken en niet naar beneden. Maar dat doe je dan als iemand zoiets tegen je zegt? Juist, je kijkt naar beneden. Slecht advies nummer 1. Nadat ik 10 minuten lang had bedacht wat er allemaal wel niet mis kan gaan met zo’n lift, kwam ik bovenop de berg aan. Na eerst rustig wat paadjes af gesuisd te hebben, kreeg ik het zowaar naar mijn zin. Toen ik een bocht maakte, stond ik opeens oog in oog met een ravijn. Een diep gat. Een stijl gat. ‘Kom Sas, we gaan hier naar beneden.’, hoorde ik mijn moeder zeggen. Als verstijft stond ik bovenaan de berg. Mijn benen weigerde te bewegen en ik begon te jammeren. Vervolgens begonnen mijn ouders op me in te praten. Ik zou dit kunnen. Ik zou dit gewoon kunnen. Toen ze me daar niet van overtuigden, legde ze me stap voor stap uit wat ik moest doen. En ik moet vooral niet bang zijn. Ik moet vooral niet aan de hoogte denken en gewoon gaan. In mijn ogen bestaat er geen slechter advies dan dat. Vooral omdat het niet uitvoerbaar is. Ik kwam tot val en ben naar beneden gelopen.
Nu op mijn werk word ik ook nog vaak geconfronteerd met dit soort slecht advies. Ik ben een telefonisch verkoper en mijn leidinggevende zei laatst tegen mij dat ik me gewoon moest ontspannen en niet denken aan verkopen. Wat ga je dan doen? Juist.
Dankbaar ben ik voor het simpele, uitvoerbare advies dat een  vriend van me gaf, toen ik het even helemaal niet meer wist. Hij sprak de simpele woorden: gewoon blijven ademhalen. Jammer dat hij toen niet op die berg was.

Deze tekst is een opdracht die ik heb geschreven voor een column schrijf cursus die ik volg.

dinsdag 8 februari 2011

Wind

Gister kwam onze boekhouder langs. Het was avond en het waaide hard. Het waait al dagen hard en zoals het hoort bij beleefde omgangvormen, maak je een opmerking over het weer. Deze opmerkingen zijn over het algemeen loos en ongeinspireerd, deze vond ik wel het opschrijven waard.

Onze boekhouder kwam huiverend binnen en zei tegen m'n moeder:

'Wat een wind! Nou Gerrie, je hebt Dirk (mijn vader) zeker aan het bed moeten vastbinden?'
Waarop mijn vader antwoorden: 'Ben je gek! Mijn vrouw slaapt op het oosten, ik ga gewoon achter die dikke reet liggen en dan is er niks aan de hand.'

M'n vader is me dr eentje.

zaterdag 22 januari 2011

Suffie

Een nieuw woord van de week.
Dit keer het woord suffie.
Een lief woordje waar ik eerder deze week op stuitte. Suffie komt van sufferd en zal vele van jullie aan je moeder doen denken die je huilend vertelde dat je vinger tussen de deur was blijven steken. Je groep 2 juf als je de pot met water waar de verfkwasten in gedoopt werden, omgooide.
Of misschien zelfs je oma, als je lekker van een waterijsje aan het smikkelen (nog zo'n fijn woord, smikkelen) was en door 1 hapje het hele ijsje van het stokje liet vallen.

Suffie heeft iets vertederend en dus een hoog 'aai over de bol' gehalte. Suffie zou een welkome verandering voor idioot, sukkel en loser zijn. De ideale manier om iemand op zijn fout te wijzen en tegelijkertijd liefdevol en troostend te zijn.
Volgende keer als iemand tegen de deur loopt, roepen we dus massaal suffie.
(Tenzij het iemand is die het verdient. Smadelijk lachen en wijzen worden van harte aangeraden)

dinsdag 11 januari 2011

Pretentieus

Verrijk je woordenschat en adopteer dit woord van de week:

Pretentieus

Iemand die op zoek is naar hogere, mooie dingen. Iemand die graag met mooie woorden in zijn spraak gebruikt.

Het woord pretentieus maakt dus al onderdeel uit van de definitie. Of teminste, mijn eigen definitie van het woord. Wat vast al duidelijk was, gezien de gestroomlijnde uitleg, dat het mijn eigen uitleg was. Zie je, iedereen vult een woord, vooral een woord dat iemand niet zo vaak gebruik anders in. Daarom zijn er voor verschillende woorden ook altijd zoveel verschillende definities. Niet omdat mensen te lui waren om een nieuw woord te verzinnen, maar omdat er, op een dag, mensen waren die verschillende invullingen aan één woord waren gaan geven. Daarom zijn er zoveel synoniemen voor één woord, of eerder één gevoel. 
Mensen kunnen vaak situaties of gevoelens niet invullen met woorden, waardoor iedereen een eigen gevoel of waarde aan een woord geeft.

Een uitgebreide woordenschat zie ik dan ook als een groot goed. Als je goed kan verwoorden wat je van iets vind, kan je duidelijk met mensen communiceren. Daarnaast is het ook leuk, om wat variatie in je taal te hebben. En soms, als je goed oplet, hoor of gebruik je eens een mooi woord.

Zoals 'pretentieus'

donderdag 6 januari 2011

En Zo Geschiedde

Saskia Schrijft    
In detail                 
Alles wat zij               
vindt                        
dat beschreven              
dient te worden.            
Zo simpel is het.