zondag 27 februari 2011

Blijven ademhalen

Advies, van kleins af aan worden we er al mee geconfronteerd. Poets je tanden, spreek met twee woorden en gaap met je hand voor je mond. Hoe ouder je wordt, hoe meer advies je krijgt. En tussen al dat advies, hoe goed ook bedoelt, zit ook slecht advies. Advies, waar je niks mee kan of waar je niks mee opschiet. Een voorbeeld. Toen ik klein was, had ik hoogtevrees. Niet het soort dat bijna iedereen ervaart als ze op een hoge toren staan. Het soort dat ervoor zorgt dat je alleen bij de gedachte van hoogte al aan de grond genageld staat. Onze jaarlijkse skitrip was dan ook niet mijn favoriete uitstapje. Ik bleef 3 jaar in de beginners groep om elke vorm van extreme hoogte te vermijden.
Eén ding was echter niet te vermijden, de vrijdag. Fatale vrijdag, zoals ik hem bestempeld had. Na een week lang lessen werden mijn zus en ik door onze ouders meegenomen naar boven. ‘Jullie hebben een week les gehad, dus we willen nu zien wat jullie kunnen.’, was het motto waarmee ik met gevaar voor eigen leven van zo’n berg af werd geduwd. Deze beginners berg mocht voor mijn ouders met hun ogen dicht te skiën zijn, voor mij was de gondel alleen al een probleem. Zittend in de skilift, met mijn benen naar beneden bungelend werd ik steeds verder de berg op getrokken. Mijn vader, die door had dat ik steeds witter wegtrok, zei dat ik vooral naar boven moest blijven kijken en niet naar beneden. Maar dat doe je dan als iemand zoiets tegen je zegt? Juist, je kijkt naar beneden. Slecht advies nummer 1. Nadat ik 10 minuten lang had bedacht wat er allemaal wel niet mis kan gaan met zo’n lift, kwam ik bovenop de berg aan. Na eerst rustig wat paadjes af gesuisd te hebben, kreeg ik het zowaar naar mijn zin. Toen ik een bocht maakte, stond ik opeens oog in oog met een ravijn. Een diep gat. Een stijl gat. ‘Kom Sas, we gaan hier naar beneden.’, hoorde ik mijn moeder zeggen. Als verstijft stond ik bovenaan de berg. Mijn benen weigerde te bewegen en ik begon te jammeren. Vervolgens begonnen mijn ouders op me in te praten. Ik zou dit kunnen. Ik zou dit gewoon kunnen. Toen ze me daar niet van overtuigden, legde ze me stap voor stap uit wat ik moest doen. En ik moet vooral niet bang zijn. Ik moet vooral niet aan de hoogte denken en gewoon gaan. In mijn ogen bestaat er geen slechter advies dan dat. Vooral omdat het niet uitvoerbaar is. Ik kwam tot val en ben naar beneden gelopen.
Nu op mijn werk word ik ook nog vaak geconfronteerd met dit soort slecht advies. Ik ben een telefonisch verkoper en mijn leidinggevende zei laatst tegen mij dat ik me gewoon moest ontspannen en niet denken aan verkopen. Wat ga je dan doen? Juist.
Dankbaar ben ik voor het simpele, uitvoerbare advies dat een  vriend van me gaf, toen ik het even helemaal niet meer wist. Hij sprak de simpele woorden: gewoon blijven ademhalen. Jammer dat hij toen niet op die berg was.

Deze tekst is een opdracht die ik heb geschreven voor een column schrijf cursus die ik volg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten