maandag 26 december 2016

Tempels en trappen, Mel schrijft ook wel eens

Steile trappen
Een stoet trekt door de nacht, tuktuk na tuktuk rijden over de donkere landwegen. Her en der een verdwaalde fietser. Tussen de bomen, in de hutten langs de weg, gaan de lampen gestaag aan. Het is half vijf, we zijn op weg naar Angkor Wat en het is stervenskoud. Saskia vindt het wel prettig, maar ik heb mijn overhemd dicht geknoopt. Dat zegt al genoeg.
De stoet wordt een processie, samen met honderden andere toeristen schuifelen we bij maanlicht door het zand. In de verte zien we lampjes. Gidsen die hun diensten aanbieden, we passeren hen en gaan over een brede stenen brug waarop een muur volgt. Via een poortje komen we Angkor Wat binnen. ‘Het huis van de goden’ had ik in de Lonely Planet gelezen. We worden ontvangen door nieuwe lichtjes.
                ‘Buy a book, sir?’
Nee, hebben we niet nodig. Vijftig meter verder kijken we elkaar aan, of misschien wel?
                ‘Ik ben lui geweest’, bekent Saskia, ‘ik heb hier niks over gelezen.’
Mijn eigen kennis rijkt ook niet verder dan ‘huis van de goden’. Dus we draaien ons om en zetten een paar stappen terug.
                ‘We want to buy a book.’
Het boek dat ik in mijn handen gedrukt krijg draai ik direct om. 28$ zegt het prijskaartje, of wel drie overnachtingen. Dat gaat hem  niet worden.
                ’18 Dollar, special price for you.’
In het licht van de zaklamp ontwaar ik een hoopvolle blik in de ogen van de verkoper. Ik kijk Saskia aan.
                ‘Vijf Dollar?’
                ‘Vijf Dollar.’
                ‘Five Dollar,’ antwoord ik.
                ‘Not enough, I won’t make any profit,’ klaagt de verkoper.
Dan niet, we lopen door. Met elke stap daalt de prijs. Bij zes geef ik toe en koop het. Een boek rijker sluiten we ons weer aan bij de stroom. Had ik het ook voor vier kunnen krijgen?

Een tempel met verzakte trappen
Het is inmiddels zes uur en op de trappen van een tempel wachten we op iets dat elke dag gebeurt. Het wordt langzaamaan licht. Op onze schoten liggen bakjes met een zout omelet, dat nadat een stel chinezen langs mij omhoog klimmen, knarst het met elke hap. Halverwege geef ik het op. De zon doet haar ding en de hemel kleurt oranje en rood. Ik ga staan en zoek een betere plek op. Een zee van achterhoofden verdekken de vijvers, maar ik heb enkel oog voor het silhouet van de immense tempel en de gekleurde hemel. Ik denk diepe gedachtes, naast mij op de grond zit Saskia te lezen over waar we zijn. Als ik uitgekeken ben gaan we de tempel in. Over een stenen brug, stenen trappen op, een stenen muur met een poort.
‘Alleen de goden mochten in stenen gebouwen wonen, de rest van de gebouwen waren van hout’, weet Saskia mij te vertellen. ‘Deze tempel is gebouwd in referentie naar hun heilige berg.’
Dat is gelukt, ik voel me klein. We slenteren verder en onze wegen scheiden zich.
                ‘Do you know what these are?’ vraagt een mede-bezichtiger.
Met een beige hoed, een linnen overhemd en een beige broek zie ik eruit als iemand die zoiets weet. Gelukkig heeft Saskia mij ook dat vertelt.
                ‘Water basins’, antwoord ik dus.
                ‘Water basils’, zegt hij tegen zijn compagnon.
Goed genoeg denk ik en loop nog meer trappen op.

Trappen die naar beneden lopen
Trappen zijn een alom vertegenwoordigde eigenschap van de tempels. Steile trappen; die je op handen en voeten op gaat. Verzakte trappen. Trappen die naar beneden lopen; zoals bij het tempel meer. Een stel trappen leidt naar een donkere kamer het hart van de Angkor Tom. Gezamenlijk met twee anderen zit Saskia op de grond, starend naar het door kaarsen verlichte beeldje. Ik maak van het trio een kwartet. Het gelul uit de portofoon van de bewaakster houdt gauw op te storen. Ik zit er een poosje en staar. Dan komen er meer mensen binnen, iemand maakt een foto, flits; het poosje is voorbij. Als ik naar buiten ga en mijn sandalen weer aantrek staat Saskia op mij te wachten.
                ‘Ik wil ook zo’n donkere ruimte in ons appartement’, beken ik.
                ‘Gewoon het licht op de wc niet aandoen’, oppert zij.

We gaan door naar de volgende tempel.


Ingang naar een donkere kamer het hart van de Angkor Tom
  

vrijdag 23 december 2016

Van de hoofdstad naar de partystad

Ik zit op het balkon en kijk uit over de stad. Beneden rennen kinderen door een wat ik vermoed, voormalig heiligdom. Auto's, tuktuks en scooters zoemen voorbij. De zon verdwijnt langzaam achter het paleis in geeft de lucht een roze/paarse gloed. Voor mij het wonderlijke gebouw met een enorme foto van een lieve oude man voorop; het paleis. Ik zit in zijn achtertuin en denk na. Ik denk na over hoe moeilijk het is om hier na te denken. Je loopt rond, ziet, hoort en ruikt van alles. De stad staat nooit stil. Overal mensen. Overal 'hello' van enthousiaste kinderen en 'tuktuk sir?' van hoopvolle, opdringerige chauffeurs. Het Kmer schrift is niet te lezen, maar overal zijn borden met Engelse vertalingen en de bijbehorende dollarprijzen. Ik spendeer mijn denkvermogen aan het ontcijferen van plaketten, de weg vinden en wisselkoers-rekensommen. Ik voel me als net na de invoering van de euro, of zoals mijn ouders nu, als ze stiekem omrekenen hoeveel iets kost in guldens. Dat is dan 5 dollar, dus 4 euro 90. Hoeveel was dat dan in Vietnamees geld? .. Hoeveel was dat hotel? Hoeveel dollars hebben we nog? Zullen we vandaag pinnen en zo ja, hoeveel dan? maken onderdeel uit van mijn dagelijkse gedachtestroom. Dat, samen met ' waar gaan we nu heen, waar slapen we morgen en welke bus nemen we daarvoor', laat weinig ruimte over om over andere dingen na te denken. Ik denk dat mensen daarom graag op vakantie zijn. Ik probeer mijn sombere overpeinzing te doorbreken door mijn aandacht naar het plein te verleggen, maar de zon is onder gegaan en de kinderen zijn weg. Enkel de razende voertuigen nog. Ik luister naar het gepruttel van opstartende motoren en gezoem van auto's op snelheid. Het is hier stiller dan in Ho Chi Minh Stad. Niet omdat er minder verkeer is, maar omdat de eerder ontwaarde ongeschreven verkeersregel 1, toeters bij inhalen, hier niet in gebruik is. 
Mel zit naast mij op een ligstoel en leest 'The Origin of Wealth'. We hoeven nergens heen. Hij, ik, twee e-readers en mijn kladblok. Mijn shirt zit onder de vlekken van onze laatste lunch. Ik kan met stokjes eten, alleen niet zonder spetteren. Mel wilde mij uitlachen omdat ik de twijfelachtige eer had om dit voor de derde dag op een rij te presteren. Hij keek echter beschaamd naar de vetvlekken in zijn broek. 
Er rennen twee beestjes over de muur. 'O hallo' zegt Mel. Als verstijft staar ik naar de muur. ' Hagedissen?' weet ik ineen gedoken met een klein stemmetje uit te brengen. Ik staar de witte beestjes strak aan. Ze staan net zo verstijft als ik terug te kijken. 'Nee, dat zijn gekko's' ' okay.... Die zijn toch niet gevaarlijk?' 
'Nee, het zijn een soort kikkers.' 
Slechte vergelijking.
Ik ben bang voor kikkers.
Op dat moment komen de gekko's in beweging en rennen ze achter elkaar de hele muur over om vervolgens weer naar boven te verdwijnen. Ik moet zeggen dat ik het goed doe qua beestjes. Kakkerlakken, dikke ratten, muizen, ik geef geen kik. Muggen zijn helaas nog dol op mij. Ik heb er nu eentje op mijn bil die zo groot is, dat ik hem mijn derde bil noem. 
In ieder geval, onze dag begon met het wegbrengen van onze was. Voor twee dollar werd het voor ons gedaan. 's Avonds haalden we het weer op in een netjes gesealed plastic pakje. Zelfs het linnen tasje waarin we de was hadden meegenomen hadden ze gewassen. Op weg naar het wasmevrouwtje werden we keer op keer nageschreeuwd. TUKTUK SIR! TUKTUK LADIEEEEEEEE' ik wilde terugschreeuwen dat ze die tuktuk ergens moesten stoppen waar ze zon niet scheen, maar dat vond ik niet helemaal eerlijk van mijzelf. Ik besprak het met Mel en mijn betere helft introduceerde mij in de wereld van vriendelijk afwijzen. Dertig vriendelijke afwijzingen verder, realiseerden we ons dat we een tuktuk nodig hadden. We wilden naar de Russische markt, maar die was 5 km verderop. Mel stechelde wat met de chauffeur over de prijs en hop daar tuften we weg. Wat stinkt dat zeg! Ik snapte meteen al die mondkapjes. Onderweg vroeg ik Mel wat er op de Russische markt was. Ik beelde bolle matroeska’s in die blini’s boven een groot vuur bakten en opatjes die wodka dronken terwijl ze uit Tolstoj lazen. We hadden de avond ervoor een aflevering Oorlog en Vrede gekregen, dus dat zou bijzonder toepasselijk zijn geweest. Met het woord ‘kleding’ onderbrak Mel mijn mijmeringen. Onze chauffeur bood aan om een uur op ons te wachten en ons voor dezelfde bodemprijs waar hij tijdens de onderhandelingen zo sip over keek, weer op te halen. 
De markt was een overdekt gebouw waar ienieminie paadjes ons langs enorme bergen kleding leidde. In Parijs had ik een aantal weken geleden dumpwinkels gezien waar ook alle kleding ongevouwen op een berg gegooid waren en dacht ‘dat werkt nooit.’ Blijkbaar wel, want er werd gretig gekocht op de markt. Niet door ons. Geheel kijken, kijken niet kopend schuifelden we verder. Via accessoires (hoeveel juweliers kan je hebben? In Vietnam stikte het er ook van) kwamen we bij kappers en beautysalons. Dames die op een kinderkrukje hun nagels laten lakken. Even verderop waren (hoera!) etenstandjes, waar wij op kinderkrukjes achter een tafel gingen zitten van een vrouw die op haar beurt weer achter een grote wok stond. Terwijl ze voor ons groenten, noodles en een gebakken eitje bakte, werd er in het stalletje naast ons voor ons verse ananas en sinaasappelsap bereid. Terwijl we wachtten op ons eten, probeerde er een man met een scooter langs ons te rijden in het gangetje dat niet meer dan 1 meter breed was. Na onze heerlijke maaltijd kwamen we in een sectie met motorbanden, boren, boutjes en motoren. Als we meer tijd hadden gehad heir had ik een bouw je eigen tuktuk pakket aan Mel cadeau gedaan. Hevig zwetend en dampend verlieten we de snikhete hal om met de wind in onze haren en uitlaatgassen in onze neus naar ons hotel te snellen.

Omkleden in zedelijke kleding en door naar het paleis. Daar schuifelden we rond tot een uur of 5. Net voordat ik een tentoonstelling in wilde lopen, schreeuwde er een man van achter een poort ‘HURRY UP LADIEEEE’. Ik schrok me dood, had ik de sluitingstijd vergeten? Vervolgens barste de man in lachen uit. Het was een tuktuk chauffeur die op zoek was naar een nieuwe klant.




 De volgende dag vertrokken we naar Siem Reap. Overal bedrijfjes die buskaartjes verkochten, maar wij hadden na goed googelen de busjes van de Cambodjaanse post gevonden. De Cambodjaanse DHL zeg maar. Om 6 uur moesten we klaar zitten met al onze bagage omdat dan de pick ups bij hotels zouden beginnen om vervolgens om 7 uur op weg te gaan. De receptionist lag nog te slapen op de bank, met de rest van het personeel. Ik kwam te trap af en hij sprong op. Vreemd idee dat een groot deel van het personeel niet thuis slaapt, maar in de lobby. Wij besloten ze te laten slapen en gingen buiten zitten. Ongeduldig wachtten we. Waarom zijn ze er nog niet? Het is toch verdorie al 6:30, 6:40, 6:50? Om 7 uur kwam de bus voorrijden en ons verantwoordelijke hart liep over. Het busje was gloed nieuw, had wifi en mijn persoonlijke hoogtepunt; het had een sticker met daarop ‘ how is my driving’ aan de binnen en buitenkant van de bus, met daar een nummer bij dat je kon bellen als de chauffeur een maniak was. Er zat nog 1 iemand anders in het busje bestemd voor 12. Bij de volgende pick up locatie, stonden we 10 minuten stil. Uit het raam keek ik op de boulevard, waar bejaarde Cambodjanen chai chi stonden te beoefenen. De chauffeur hoofdschuddend nam hoofdschuddend weer plaats in het busje. ‘Daar gaan we niet langer op wachten’, sprak zijn lichaamstaal. Vervolgens reden we naar Siem Reap, met als enig gezelschap de stille Koreaan en allemaal pakketjes. 
We stopten elk uur om onze benen even te strekken, of om een postkantoor aan te doen. De rit was heel prettig. Geen gek inhalen, geen wobbelhobbel over slechte wegen. Bij een bijzonder mooi wegrestaurant besloot Mel dat hij de rest van zijn leven wilde toewijden aan het fotograferen van alle wegrestaurants die hij bezocht. Ik werd in hetzelfde restaurant geconfonteerd met de schrik van mijn leven. Er was een slang op de wc. Die kwam een man vervolgens doodmaken en naar buiten vegen met een bezem. Ik liep een rondje om het restaurant om bij te komen en zag schildpadschilden drogen op een kippenhok. Zwaar getraumatiseerd kwam ik bij Mel aan. Die nam me mee naar een grasveldje waar hij een klein konijntje had gezien. We keken een paar minuten naar het konijntje en toen was het weer goed. Bij onze eindhalte, het postkantoor van Siem Reap, werden we opgehaald door een tuktuk; service van ons hotel. Ik had ons een luxe veroorloofd, we zouden twee nachten in een hotel met zwembad verblijven. Het hotel was mooi. Bij aankomst kregen we een handdoekje met aloe vera erop aangereikt en kamers hadden namen als Magnolia en Lilly. Zo blij als een kind sprong ik in het zwembad en genoot van de (zeer korte) baantjes die ik erin zwom. Mel las zijn boekje. Aan het zwembad lagen allemaal zombies die we niet echt hebben zien bewegen in de drie dagen die we in het hotel waren. Britten die halve liters achterover tikten alsof het water was. Serieus, die dronken meer bier dan wij water. Siem Reap was ooit een slaapstad, totdat toeristen het ontdekten en het een soort Salou werd. Niet dat ik daar ooit was, maar het komt overeen met mijn veronderstelling. Een straat met allemaal kroegen die letterlijk de ‘Pub street’ heet, alleen maar toeristen, 1000 kraampjes die harembroeken met olifanten erop verkopen en TSHIRT ONE DOLLAAAA LADIEEEE’ en meer nacht dan dagleven. Een vreemd dagritme houden Siem Reap gangers sowieso aan hun verblijf over, zelf als je jezelf niet naar de vergetelheid wilt drinken voor 4 euro met een emmer(!) aan cocktails of met halve liters bier van 50 cent. In Siem Reap ligt namelijk Angkor Wat, de nationale trots van Cambodja. Een enorme hoeveelheid aan tempels, google het maar of bekijk Mel’s foto’s op Facebook. Toeristen kijken namelijk massaal naar de zonsopgang over de tempels. Zo ook wij. Voordat we naar bed gingen besloten we te eten bij ons hotel. De currys waren smakeloos en er liepen overal dikke ratten, muggen, padden en gekkos. Helemaal verdrietig werd ik van de ratten die in de visvijver verdwenen. Daar zaten namelijk visspa visjes in, waar je gratis je voeten in mag steken. Een rat aan mijn tenen ben ik niet nieuwsgierig naar. We gingen maar snel slapen om het geziene te vergeten.

dinsdag 20 december 2016

Mel, Saskia en de ongevraagde fietstaxi rit

Chau Doc – 17 december
Hongerig stonden we aan de receptie. Waar kunnen we heen voor ontbijt? Zijn gebroken Engels verstonden we niet, maar zijn wijzende arm begrepen we wel. Naar links. Okay, wij naar links. Geen van de zeldzame eetgelegenheden die voor ons verschenen, zagen eruit alsof ze ons een ontbijtje in Europese stijl zouden kunnen verzorgen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik hoef geen maaltijdsoep in de ochtend. Zelfs niet als er garnalen in zitten. Na 20 minuten stug te hebben doorgelopen, kwamen we bij een sneu tentje waar ze een omelet op de kaart hadden staan. Er was geen hond te bekennen en de bediening had zich ook verstopt. Dankzij die Trieste bedoeling begrepen wij dat we ons verlangen naar eieren maar opzij moeten zetten als we lekker wilden eten. We gingen terug naar de markt waar we de dag daarvoor hadden gegeten. Overal gedroogde vis, ananassen en dadels. Af en toe zat er een vrouw op de grond met een mini keukentje. Na 8 vrouwen vielen we voor de glimlach van de 9e (dat we al erg honger hadden speelde ook mee) . Twee bakken noodles met groenten werden volgeschept, ze gooide twee soorten saus erbij en 1,5 euro armer liepen we met ons plastic zakje weg. We besloten op een plein met een tempel te gaan zitten op een bankje. De dag daarvoor hadden we dikke ratten daar zien rondrennen, dus we zullen vast niet de enige zijn die dat een mooi plekje vinden. De ratten sliepen gelukkig nog en wij genoten van onze noodles. Voor ons was een vrouw takken door een houtversnipperaar aan het halen. Of tenminste dat dacht ik; het was suikerriet, wist Mel mij te vertellen. Daar maken ze een drankje van met ijs en limoensap. Wil je het proberen? Nou ja, doe maar, dat klonk lekker! Een paar minuten later stonden de verkoopster, Mel en ik alle drie te lachen. Zij naar het geld, wij naar onze plastic bekertjes. Een eerste slokje dan maar. SMERIG. SME-RIG! De zoete meuk ging door merg en been. Lachen naar het vrouwtje en hard weglopen. Mel vond een prullenbak. Ik had dorst en haat weggooien, dus dronk dapper door. We besloten langs de rivier te lopen en daar iets te drinken te zoeken om de smaak mee weg te spoelen. Ondertussen kwamen we langs marktkraampjes. Daar waren zeilen overheen gespannen die zo laag waren, dat zowel Mel als ik moest bukken. Ik voelde me net de GVR, die iedereen op beleefde, doch besliste toon ‘no thank you’  meedeelde. Onze wandeltocht voerde ons naar de overkant van de rivier. We zagen een moskee in de verte en besloten er heen te lopen. Er deed al snel een nieuw dorpje voor ons aan. 
Chau Doc vanaf de brug
We liepen langs de weg en staarden naar de huizen op palen. We kwamen langs bruiloft en nog een ander feest. Die worden hier niet binnen gevierd, maar buiten op straat. In Ho Chi Minh stad hadden we al veel winkels gezien met bloemenbogen, maar hier zagen we ze in actie. De bogen worden uitgestald op de straat, band erbij, dikke boxen, tafels en er is feest! Alcohol werd er ook genoeg geschonken. Het was 11 uur toen we er langs liepen en de mannen lalden al olijk naar ons. Een man heeft volgens mij Mel een aanbod gedaan om mij te kopen. Voor omgerekend zeker zo’n 4 of 5 euro. Toch maar niet gedaan. Wie moet er anders zijn sandalen in haar rugzak nemen? We gingen weer terug naar Chau Doc en liepen daar een andere brug over. We kwamen in een deel van de stad waar weinig toeristen komen. Mensen kwamen uit hun huis om HELLOOOOOOO tegen ons te zeggen. Kinderen die heel blij zwaaien.  Het zag er allemaal gezellig uit. Het was zaterdag en families zaten spelletjes te doen, met hun huisdieren te spelen. Een gezin was met elkaar aan het karaoke zingen. Ik had niet verwacht dat ik zou vallen voor van die lachende locals, maar dat deel van Chau Doc heeft mijn hart een beetje gestolen. ’s Avonds aten we weer bij onze kinderstoeltjes parasolletjes marktkraampje. De volgende dag zouden we het land verlaten, op naar Cambodja.

Phnom Penh – 18 december

We vertrokken met de boot over de Menkong Delta naar Phom Penh. Mel was enthousiast hoopvol omdat zijn zorgvuldig uitgedachte plan eindelijk in vervulling ging. Op de postkaarten die ik van de boten had gezien, gleden ze langs huizen op palen en door drijvende markten. Om 07:00 stonden we klaar met onze tassen; kom maar op met die idylle. We werden opgehaald en onze lift stond al klaar. Geen taxi, maar een fiets met een aanhangwagentje. Onze bagage werd erop gegooid en toen was het wagentje vol. Toen drong het pas tot mij door. Wij moesten, tot mijn afschuw, daar ook in. Met schaamrood op de kaken stapten we in de veredelde kruiwagen. Het paste niet. Ik had 1 bil te veel. Daar gingen we dan. Wanhopig onze tassen op z’n plaats houdend. Twee grote, blanke mensen achterop bij een verschrompelde oude Vietnamees. En hij maar trappen. Terwijl we door de stad reden werden we aangestaard. Ik kon wel door de grond zakken. 
Gelukkig bood de chauffeur afleiding in de vorm van conversatie:
Wel lekker veel gelezen op de saaie boot
Whe joe from?
Holland
Ahh….
Hij pauzeerde even en zei: ‘ you give me biggggg tip, yes.’ en draaide zich weer om. Gesprek voorbij.
Ik haatte alles aan het ritje. Mel en ik bestierven toen we doorkregen dat de afstand die we aan het afleggen waren ook makkelijk te voet te doen was. Na deze ongemakkelijke rit kochten wij ons schuldgevoel af met een dikke fooi (waardoor we ons nog stommer voelden). In de overvolle boot vonden we nog twee plekjes. Ik had een leuk gesprek met een oudere Parisienne en werd haar ‘ savieur merveuilleuse’ nadat ik haar e-reader repareerde. Mel vertelde dat Frans nog een officiele taal was in Cambodja, dus ik had in ieder geval geoefend.
De idylle bleek een farce. Geen dorpjes maar een lange, rechte, brede rivier met aan weerszijde niks gedurende vijf uur. Kijk, een boot! riep Mel uit na anderhalf uur. Dat was het spannendste wat er gebeurde gedurende rit, op het water dat via het open raam in zijn gezicht opklotste. In Camboja aangekomen moesten we naar een grenspost eilandje. Formulieren, stempels, paspoorten inleveren. Ik krijg het mijne terug. Enthousiast blader ik naar mijn visum pagina.” Schmull, man, 1943.” Nu hoefde ik niet lang na te denken voordat ik doorhad dat dit het visum was dat bestemd was voor de Israelische heer die bij mij in de boot zat. Ik naar dat kantoor. ‘Ik heet geen Schmull’  ‘ Sorry madam sorry, you  get new visa’. 5 minuten Saskia, vrouw, 1992 ook welkom in Cambodja.
Aangekomen werden we belaagd door tuktuk chauffeurs. Ik stond erop dat we na ons ongevraagde fietavontuur van die ochtend zouden lopen. Na 20 minuten bereikten we ons hotel. Het is erg mooi. We hebben uitzicht op het paleis en haar tuinen. We hebben de rest van de middag doorgebracht in het park, waar we ijs aten, de vlaggen die langs de boulevard stonden probeerden te plaatsen en naar mensen staarden. Ze spreken geen Frans hier, maar wel een andere taal: dollars.

Alles is hier in dollars, nergens zijn prijzen in de lokale munteenheid, ook buiten de toeristengebieden. Mensen zijn minder vriendelijk en best opdringerig. Mijn glimlach had plaats gemaakt

Zonsondergang in onze achtertuin
voor mijn beoefende ‘resting bitch face’ om een beetje rust te krijgen. Dat deed mijn humeur niet veel goed. ’s Avonds sjokte ik vermoeid naar het restaurant dat een jongen ons eerder die dag had aangeraden. Daar kreeg ik precies wat ik nodig had; heerlijk eten en een vriendelijke glimlach. De restaurant eigenaar straalde bijna zijn huid uit en niks ervan was gemaakt. Het restaurant was vol, een aantal lege maar helaas gereserveerde tafels na. We wilden weer omkeren, maar de man hield ons staande. Hello! Would you like to have dinner? Wij: ja graag, maar het is vol. Hij pauseerde even en zei, weet je wat, neem die gereserveerde tafel maar. Dankbaar gingen we zitten. Ik wil dat iedereen lekker heeft gegeten als hij hier weggaat, dus als je het niet lust, stuur het terug. We zullen je er niet naar vragen en we geven het eten aan de daklozen. Het gerecht wat ik vervolgens kreeg, wilde ik onder geen beding afstaan. Het was zo heerlijk. Volledig voldaan liepen we vervolgens naar huis toe. ‘Schat, je hoed..’ Snel keerden we weer om na twee minuten de restauranteigenaar tegen te komen met Mel’s hoed in zijn handen. ‘Ik zag dat jullie hem vergeten waren en toen heb ik aan de verschillende tuktuk chauffeurs gevraagd waar jullie heen waren gelopen.’ Met een glimlach van oor tot oor bedankten we de vriendelijke man. Ons vertrouwen in de mensheid was weer hersteld. Mijn glimlach was weer terug.

zondag 18 december 2016

Careless Whisper en sarcofaagjes

Ik lig languit in de bus. Onder een fleecedeken. Mijn schoenen zitten in een zwart plastic tasje dat aan een haakje bungelt. Boven mij probeert de airco een nieuwe ijstijd voor Vietnam te laten aanbreken. Zachter kan hij niet, alleen harder. Een paar uur daarvoor waren we in deze bus gestapt. In plaats van stoelen bestond deze bus uit stapelbedden die leken op kleine sacrofaagjes waar iemand van 1.70 net in paste. Jammer voor dat Duitse meisje dat schuin voor mij zat/lag en zeker 1.85 was. Eenmaal in mijn vreemde cocon gekropen, wist ik me te ontspannen. Alle Vietnamezen om mij heen hadden fleecedekentjes over zich heen getrokken, dus dat deed ik ook maar. Met het groezelige groene dekentje om mij heen kon ik eindelijk lekker een boekje lezen, het een en ander opschrijven en lekker snurken. Dag wagenziekte, hallo zeven uur vrije tijd. 

De volgende dag begon op de twaalfde verdieping van het hotel in Ho Chi Minh, de ontbijtbar. Turend over de stad van duizend scooters en toeters dronk ik mijn Earl Grey terwijl een dametje mijn omelet serveerde. Ik nam de luxe van het dakterras zo goed mogelijk in mij op, omdat ik wist dat dit snel voorbij zou zijn. Mel's ouders vlogen die middag naar Cambodja en wij zouden ook aanstalten moeten maken om te vertrekken.
Ho Chi Minh stad in een dag dus. 
We wandelden door de stad. PIEP PIEP TOET TOET en dik 30 graden. Mijn hoofd werd roder en mijn looptempo daalde. We kwamen aan bij het historische museum waar we lazen over 'het dappere Vietnamese volk van strijders' dat eeuwenlang in opstand kwam tegen de 'kwade en cultureel inferieure overheersers'. Op dit interessante narratief en taalgebruik na was het museum rete saai. Zo'n museum waar een oude steen achter glas ligt en waar dan bij staat ' oude steen van 2000 jaar oud'. Dat je denkt ' zo, dat is een oude steen!'  en dan weer doorloopt. Die verwondering is dan klaar nadat je vijf soortgelijke stenen hebt gezien. 
Liever keek ik naar de schoolkindertjes die in blauw witte pyjama achtige uniforms door het museum dribbelden. Met de kroon op hun outfit, een kerstmuts, liepen ze achter een docent die sprak door een Britney Spears headset die was aangesloten aan draagbare boxjes. Waar was dat toen ik door Wittenberg moest lopen met mijn leerlingen?! Het museum had ook een mooie binnentuin met een vijvertje en een boom met rode lantarentjes erin. Er was ook een mummie, maar die stonk.
In de buitentuin stond een tempel. Terwijl we de statige trappen waarvan de leuningen waren versiert met draken bestegen, werd de lucht vervult met plechtig klinkende ohhmm muziek. Zo dat je denkt 'ik ga nu iets bijzonders zien.' Mel die al eerder boven was, vertelde dat het een tempel was die door de Fransen was gebouwd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van WO I, maar dat hij in 1983 was gerecycled op deze tempel. Terwijl hij afkeurend doorsprak, schelde er opeens keihard een bekende saxofoondeun uit speakers van de tempel. TIEDIETIEDITIEDIEDIEEEEE TIEDIEDIEITDIETIEEIDIEEEE en dan ' oh woow oh woowwhoowwww'.. maar dat was... Careless Whisper. Kwam er nu echt Wham! uit de tempel geschald? Het antwoord was ja. De plechtige muziek as vervangen door de ultieme schuifelplaat. Ik keek naar de tempeltuin en zag een afvalbak in de vorm van een pinguïn staan. Ik snapte het allemaal niet meer. Ik gaf mij over en zachtjes zong ik in mijzelf; 'I'm never gonna dance again, guilty feeling got no rythm'.
We zwaaiden Sven en Anette uit en terwijl ik boven een koelkast gebogen stond om mijn dorst te lessen, kwam Mel een vriend uit Singapore tegen. Samen gingen we naar het oorlogsmuseum en 's avonds aten we in een of ander overpriced hipster restaurant. Mel at een steak (boee) en toen de rekening binnenkwam besloten wij; never more. 

Nu lag ik dus in de bus. Alle grote vervaald gele tempels langs de kant van de weg deden mij denken aan Chinese wegrestaurants. Na een stop had de chauffeur bedacht de airco nog kouder te zetten. Ter illustratie hoe koud het was; de ramen condenseerden aan de buitenkant(!). Gelukkig had Mel een oplossing bedacht. We staken papiertjes door de gleufjes van de airco en voorkwamen op die manier dat hij in ons gezicht blies. Je kan wel zien dat die jongen twee jaar in Delft heeft gezeten. Ing. M. Schickel. 

Uiteindelijk kwamen we aan in Chau Doc, een klein stadje op de grens met Cambodja. Wederom super veel scooters, maar een relaxtere sfeer. We slenterden wat over de markt en besloten avond te eten bij een karretje waar kindermeubeltjes omheen stonden. Er zaten veel mensen en onder het mom ' wat goed is voor de locals is goed genoeg voor ons, namen we plaats. 
We vouwden onze knieën in onze nek, wezen naar een lukraak woord op het menu en aten vervolgens goddelijke maaltijdsoepen met huisgemaakte ice tea. Nee, een ding is zeker, ga niet naar Vietnam als je langer bent dan 1.80. Sorry Cluistra's, maar dit bijzettafeltje moet soms zelfs bukken. Ik heb het gevoel of ik vier bij vier ben in vergelijking met iedereen. Ga wel naar Vietnam als je kickt op lage rekeningen. Na een handen en voeten gesprek van vijf minuten kwamen we erachter dat we met onze omgerekend vier dollar niet alleen ons drinken hadden betaald, maar ook ons avondeten.
Eenmaal terug op onze hotelkamer hoorde ik s nachts een aantal keer TJIEP TJIEP, maar zagen we niks de volgende dag. Een mysterie ontvouwde zich dat zich de dagen daarna voortzette..

vrijdag 16 december 2016

Fashion, garnalen en de hereniging

'Zal ik nu een foto van je maken en dan iets op Facebook
zetten met 'daar gaat ze', net als alle andere moeders?'
'Nee, doe maar niet.'  *klik*

"Als ik nu geen Fashion Award win, weet ik het ook niet meer!", zei ik tegen mijn moeder. Hoofdschuddend keek in naar beneden om mijn outfit te inspecteren. Blauw/roze hardloopschoenen, mint groene sokken, 7/8ste hoogwater broek in het kerstgroen, een simpel zwart t-shirt met driekwart mouwen en een oversized grijs herenvest, afgetopt met een fluor roze regenjas. Terwijl ik mijn verschijning bewonderde zei mijn
moeder: 'je moet je haar kammen, het ziet er rommelig uit.'
Om 10:15 stapte de vogelverschrikker naar buiten, om naar Schiphol gereden te worden. Door de autospiegel zag ik dat de kleuren van mijn ensemble werden opgehaald door mijn donkerpaarse nagellak. Als accessoires droeg ik oranje vlekken van de te haastig opgesmeerde zelfbruiner. Mijn gezicht vrijwaart van die troep ging ik de dag van tevoren pasfoto’s voor mijn visa laten maken. Twee flitsen en het was klaar. Een bleke geest van 3 bij 4 cm staarde terug vanaf het fotopapier. Gelukkig had ik kleine tubes factor 50 in mijn tas gestopt. Na een rit van 50 minuten, een taartje en nou doei, veel plezier! ging ik door de douane. Ik zette mijn eerste van de vier cds Soul! The Best of Motown op, speciaal voor de gelegenheid om mijn mp3 geknald, en liep uiterst relaxt door de gangen. Zo relaxt, dat ik een hardverzakking kreeg toen ik op het bord las 'Hongkong 'boarding is closing'' en het op een sprinten moest zetten naar G3.Om vervolgens daar buiten adem aan te komen en nog net niet tegen de rij mensen die voor dezelfde vlucht aan het boarden was aanknalde. Na deze enigszins beschamende start van mijn reis, verliep het alles voorspoedig. Het eten was goed, mijn buurvrouw aardig en de keuze uit films reuze. Na 24 uur wakker te zijn geweest verscheen er een 'frohes Festtagen' bord op het vliegtuig van Hongkong. Op de achtergrond water, bergen en gigantische flats.

Een paar uur later werd ik in Vietnam herenigd met Mel. Ik zou voor het verhaal willen schrijven dat het heel romantisch was met muziek die op het juiste moment aanzwelde terwijl we rennend door een pad rozenblaadjes elkaar tegemoed rende en al die dingen waar mijn zus, moeder en ik van moeten huilen tijdens de all you need is love kest special. In de maanden dat we gescheiden waren had ik mijn levendige fantasie erop losgelaten. In de meest realistische dagdroom rende ik op hem af, sprong op hem met mijn benen om zijn middel, om vervolgens samen achterover te vallen door de hevigheid van mijn enthousiasme. Nee, onze echte hereniging was een stuk nuchterder. Ik liep met een tas op mijn rug en een tas op mijn buik de lobby binnen. Daar keek Mel op van zijn laptop. ' Dag vriendje' zei ik en we knuffelden. Hij borg zijn laptop op in een tas van de universiteit van Singapore waar met grote letters ' internal relations' op stond. Ik wees hem erop en lachend liepen we naar de lift en sindsdien is het als vanouds.
Uitgeput van de lange reis deed ik mijn ogen dicht om ze een uur later, beroerder dan tevoren, weer open te doen. 'Saskia' fluisterde een stem inde verte. He nee, ga weg dacht ik terwijl ik mij omdraaide. 'Saskia als je nu op staat kan je mijn nieuwe pak zien.' Met een brede, zelfgenoegzame overwinningsgrijns toonde Mel hij zijn handgemaakte pak. Blauw met een bruine streep. Terwijl ik hem bejubelde over de snit, deelde hij mee dat we met zijn ouders naar de opera gingen. Ik kleede mij om in de enige soort van chique jurk die ik had en werd herenigd met Sven en Anette. Het was heel leuk ze weer te zien. Mijn roestige Duits hinderde ze niet en samen sprongen we de taxi in naar het centrum.
Scooters. Scooters zo ver het oog reikt. Oude scooters, nieuwe scooters, vieze scooters, blinkende scooters. Scooters met hippe jongens die zitten te paffen en scooters met een gezien van vier erop. Scooters die balken van 3 meter vervoeren en vandaag zag ik er 1 waar op het voetstuk oud ijzer en een kniptang lag en de chauffeur hield zijn voeten naast de scooter en tegelijkertijd zat te bellen. Als ze hier niet aan het bellen zijn, zitten ze te toeteren. Man man man. Wat een getoeter. Over de mondkapjes kan ik ook een kwartier uitwijden, maar laat ik enkel opmerken dat de Hello Kitty en Gucci kapjes het meest in trek zijn bij de dames. Ondanks al het getoeter en de scooters die links en rechts om de oren vliegen, is iedereen rustig in het verkeer. Binnen de totale chaos van geen regels, heerst een wereld aan ongeschreven regels.
Regel 1 heeft Mel ontwaard; Toeter als je iemand gaat inhalen.
Regel 2 is mij opgevallen; als je wilt oversteken, moet je niet gaan wachten bij een zebrapad. Zoals mijn moeder mij leerde in Amsterdam; gewoon lopen! Hier doen ze dat met een arm gestrekt in de lucht. Ik ben ervoor gemaakt, dit verkeer. Arm strekken en als een gek die niet aarzelt oversteken.

In de taxi trok ik de pashmina die ik had meegenomen dichter om mijn schouders. Het is hier bloedje heet, maar met alleen een zomerjurk om mijn vege lijf overleef ik de airco hier niet. Overal waar je binnenkomt, is het alsof ze de airco net een dag hebben en verheugt uittesten hoe koud hij wel niet kan. Zo ook in de opera. Terwijl Mel's vader de kaartjes aan het bespreken was, mochten wij de zaal in om te kijken of de plekken goed genoeg waren. Er stonden 7 mannen in onderbroekejs op het podium. Ook hallo. Waar waren de dikke baritons? De plekken waren prima en hoewel ik de opera een uitstekend idee vond, zodra mijn billen het pluche raakte, wist ik dat ik in slaap ging vallen. Opeens klonken er luide trommels en kwamen de mannen in onderbroekjes wild flikflakkend binnen. Na de 4e salto wist ik dat dit spektakel mij wakker zou houden. Met open mond keek ik naar het acrobatiek/zang/dansspektakel. Het was mooi, maar ook grappig en spannend en vol overgave stond de zaal op om een staande ovatie te geven. Bijkomend van het spektakel aten we op de 'nachtmarkt'  (gewoon precies wat je verwacht, een markt die in de avond open is) en aten van grote bbq's met vis en vlees. Terwijl ik mijn tanden zetten in het doorzichtige velletje van de springrol werd ik diepgelukkig van de gedachte aan al het lekkere eten wat ik de komende 5 weken tot mij ging nemen. Ik at garnalen met garnalen. Gisteren heb ik tegoed gedaan aan een bak dampende maaltijdsoep en vandaag heb ik genoten van een hot pot met inktvis, garnalen en gekke champignons. Hemels!


zaterdag 27 augustus 2016

Bourgondisch à la Gort

Tussen het lezen van het zeer intrigerende, maar ook deprimerende boek van Garry Kasparov over Putin's greep op Rusland, sta ik mijzelf toe om het einde van de zomer te voelen. 
Dit weekend lees ik in de laatste zonnestralen van augustus 'Leven als Gort in Frankrijk' van de illustere wijnbaron Ilja Gort. Ik wist dat de beste man bekend was van tv, maar aangezien ik nauwelijks alcohol drink was ik nog niet bekend met zijn wijn en oeuvre over een leven in de wijn. 
De titel trok mij aan en ik slingerde mijzelf in een tuinstoel. Achterover luierend schoot ik al snel in de lach dankzij Gort's zelfspot. Als hij je meeneemt in zijn talloze fouten, heb je het gevoel of jij dezelfde fouten zou maken. Zijn ontroerende liefde voor de omgeving beschrijft hij heel levendig. Des te grappiger en pijnlijker wordt de vervolg passage waarin hij vertelt hoe de ingehuurde 'tuinman' met een graafmachine zijn bomen begint te vellen.

Het bracht mij er toe om wijn een tweede kans te geven en een flesje van zijn rosé te kopen. Gort's besluit om roséwijn te maken was een soort aha erlebniss:
"Opeens zie ik hoe David de kraan aan de onderkant van de cuve opendraait. Een dike straal roze druivensap spettert schuimend de goot in.
'Wat doe je nou!?' schreeuw ik verbijsterd. 'Doe dicht!!'
Stomverbaasd zie ik hoe tientallen liters kostelijke wijn het riool in lopen. David legt uit dat dit 'saigner' heeft, laten bloeden. Door het eerste sap te laten weglopen, wordt de resterende wijn geconcentreerder. In een opwelling stap ik naar voren en steek m'n hoofd onder die spetterende roze straal. Tientallen liters rosé schuimen over m'n kop! Een héérlijk dronken makende sensatie: zoet sap spat in m'n mond. Het is liefde op het eerste gevoel. David, wat gaan rosé maken!'


Die rosé staat nu in mijn koelkast. Rosé moet in de koelkast toch? Blindelings heb ik mijn moeder voorbeeld gevolgd. Het etiket van de fles vertelt me veel; er staat een dikke duim op met daarbij de tekst 'deze wijn is o.k.'. Oké, bedankt. Goed om te weten.
Daarnaast is er op de streepjescode een dakje gezet waardoor het een chateautje is geworden. Leuk.
Er staat een handtekening met de woorden 'Ilja' en een zonnetje waar een gezichtje in is getekend, wat meer doorgaat voor een kindertekening dan het signatuur van deze man. Een lange lijst met prijzen die mij niets zeggen, laten zien dat ik niet de eerste ben die deze rosé zal proeven. Daarnaast een korte uiteenzetting of wijn gezond is. Gort verzekert ons dat we gewoon moeten genieten en lekker moeten sporten. Of als we sporten stom vinden, gewoon wat minder te eten. Door veel te lachen leven we 'waarschijnlijk het langst' en 'zeker het prettigst'. Waar deze ik deze retoriek normaal af zou doen als blabla, ben ik nu in zo'n opperste beste stemming dat ik lachend naar de besnorde man op de tekening kijk. Maar moet het in de koelkast? Nog steeds geen idee.


Na enig googlen heb ik het antwoord. Onder het kopje 'Temperatuur: maak er geen probleem van' staat: 'Witte wijnen en rosé-wijnen drinken we koel. Ideaal is een temperatuur van omstreeks 10 graden. 's Zomers zet u de flessen, in een kletsnatte handdoek gewikkeld, in de schaduw op het balkon; 's winters, als het niet vriest, even om het hoekje van de keukendeur. Eventueel mag u de flessen een half uurtje (niet langer) in het flessenrek van de koelkast zetten.'
Zo, mag ik dat? Uit een razernij voor de tegenstrijdigheid van de kop bij de tekst laat ik de rosé lekker in de koelkast staan. Als het voor mijn moeder goed is, zal dat het ook voor mij zijn. 

De fles sprong er gelijk uit in het schap. De twee hoofdstukken die gewijd waren aan het etiket hadden mij precies vertelt hoe het eruit zou zijn. Een tulp, geschilderd door de 7 jarige zoon van Gort. Ik vond de tulp, die er uitzag als een chique kunstwerk en niet het geklieder wat ik produceerde toen ik 7 was. Afin, ik nam fijn klein formaat flesje mee bij de AH en gooide met veel joi de vive een doosje bonbons in mijn mandje. Laat die bourgondische avond maar komen! Eenmaal thuis gekomen paste mijn bonbons niet meer in de koelkast van mijn ouders, die tot de rand vol stond met verjaardagstaart. O ja. Dat was nog niet op.

Na Gort's verhalen over lange tafels met stomende maaltijden met bijbehorende rijkvloeiende wijnen, moest mijn rose eigenlijk vergezeld worden met een stuk zelfgeschoten haas of een dampende eendenstampot. Aangezien ik na mijn inspannende dag van een boek lezen in de tuin geen zin meer had om te koken, zwichte ik voor kant en klare lasagne. Nu is dit natuurlijk alles behalve kwaliteit, maar door alle rijke woorden van Gort kon ik alleen nog maar denken aan romige bechamel saus. 

Terwijl die in de oven stond, werd het tijd voor mijn glas rosé. Als hier nu iemand was geweest met verstand van iets, had hij mij vast verteld dat ik het verkeerde glas had gekozen uit de kast. Aangezien ik alleen was, besloot ik voor het mooiste glas te gaan. Eerst ruiken; goed. Ik verwachte de zoete aardbeitjes en frambozen uit zijn omschrijvingen te ruiken, maar het enige waar de rosé me aan deed denken was 16 jaar zijn en vieze slobberwijn op een feestje krijgen. De tweede keer ging ik mijzelf weer boven het glas, snuifde diep terwijl ik aan landerijen, kastelen en Frankrijk dacht, maar kreeg alleen een herinnering boven van mijn moeder die op een verjaardag een glaasje voor zichzelf inschenkt. Mijzelf licht vervloekend omdat één boek natuurlijk mijn smaak niet zou veranderen en mij niet opeens een wijnliefhebber zou maken, nam ik een slok, vooringenomen om het niet lekker te vinden. Het moment dat de rose mijn tong raakte dacht ik, br, maar de seconden dat ik het even in mijn mond hield en daarna doorslikte vielen niet tegen. Sterker nog, was het zowaar best aangenaam van smaak? Wijfelend nam ik nog een slok. Het is heel licht van smaak. Of heeft het gewoon weinig smaak? Slok 3. Het is zo licht dat het wel water lijkt. Slok 4. Slok 5. Ja, verrek, ik merk niks in mijn keel. Slok 6. Slok 7. Nee. Ik proef niet echt wat. Misschien moet ik er eten bij nemen.
Terwijl ik langzaam mijn lasagne in de zon verorberde onder het genot van Gort's boek en slokjes van zijn geliefde product, ging ik op in het 'du pain, 'du vin' gevoel van de kruidenboter reclame. Gort's website heet slurp en dat kan je inderdaad goed doen met deze wijn. Na een half glas voelde ik mij anders en na een heel glas was ik behoorlijk teut. Lachend lag ik de passages over diners waar flessen (meervoud) sneuvelden. Ik zou waarschijnlijk het voorgerecht nog niet halen.


Ik zette een kopje thee voor mezelf en koos een lekker bonbonnetje uit. Ik keek naar de ondergaande zon en slaakte een zucht. Mijn eigen leven als Gort in Frankrijk.  Terwijl de karamel mijn lippen raakte en de pure chocolade in mijn mond smolt, bedacht ik mij dat dit toch wel heel fijn was. Bovendien heel makkelijk om te bewerkstelligen. Ik had geen chocolade, rosé of lasagne nodig, maar gewoon de tijd om even niks te doen en dat prima te vinden. Ik hervatte mijn boek en legde alvast mijn Sense en Sensibility dvd  
klaar voor na zonsondergang. Merci, monsieur Gort!

Geheel naar Nederlands weermodel werden mijn tevreden gevoelens plots gestoord door een harde donderklap en een harde bui. Snel rende ik naar binnen en plofte neer op de bank. Ik liet 'Joie De Vivre' van Alex Klaasen door de boxen schallen en realiseerde mij dat Frankrijk toch echt in Frankrijk lag, en niet in mijn achtertuin.





zondag 21 augustus 2016

Worteltaart en Catherina in het Hermitage


"I I follow, I follow yoouuhhuuu" schalde er door het café. Niet door de speakers, maar uit de mond van een te enthousiaste serveerster. Haar valse toon paste bij haar valse lach die op haar gezicht verscheen. Met grote ogen staarde ik mijn moeder aan die weemarend terugkeek en het meisje herhaalde: "de speakers doen het niet meer, we moeten nu zelf maar zingen."
Ik rolde mijn ogen en zuchtte terwijl de ongewenste karaoke zich voortzette. Buiten was het wel prachtig. Gelukkig begreep het café dat ook, het was volledig van glas. Een voorzichtig zonnetje scheen op de oude gebouwen en de plantjes om ons heen. De menukaart vertelde dat zij de kruidentuin vormden waarin hun thee groeide.
Niet de mijne, die op dat moment voor mijn neus werd gezet. Ceylon uit India. Mijn moeders koffiekopje kwam uit een kabouterhuisje. Sip nipte ze haar felbegeerde vingerhoedje koffie waar ze al sinds ons vertrek van huis anderhalf uur geleden naar hunkerde. Ze leefde echter op toen ze een boek vond waarin de verhalen achter de gebouwen op de binnenplaats uiteengezet werden. Zo moeder, zo dochter.

"Dat was een bejaardentehuis voor echtparen en daar vergaderde de raad van het weeshuis", las ze, afwisselend wijzend naar de gebouwen uit haar geboortestad.
"Wist jij dat het Hermitage nog tot in de jaren ´90 dienst deed als bejaardenhuis?"
Ik schudde van nee en kon mijzelf niet voorstellen hoe het imposante museum aan mijn linkerhand eeuwenlang mensen na sluitingstijd bezoekers had gehad, laat staan bewoners. Nu huisde het persoonlijke spullen van Catherina de Grote, de Russische tsarina, de reden van ons bezoek. Eerst koffie. Ik had erop gestaan, ik kende mijn moeder langer dan vandaag.
De twee stukken worteltaart die voor ons werden geschoven waren mijn koffie. Haasten had ik nog een banaan naar binnen gepropt en tegelijkertijd met een arm mijn jas probeerde aan te trekken, terwijl mijn moeders auto stationair voor de deur stond te draaien. Uiteraard was dit niet genoeg en de enorme punt verdween snel en mijn gemoed en maag waren gestild. Mijn moeder bestelde een tweede kopje koffie en met dit gebaar van decadente toegeeflijkheid, waande ik mij op vakantie.
Zes jaar eerder waren we samen betoverd door de openingstentoonstelling en 6 dagen eerder was ik terug gekeerd uit Rusland.
Zwaar gedesillusioneerd. Het Hermitage had niet de elan en grandeur die ik had verwacht. Het had overvolle gangen, slechte verlichting en Russische informatieborden.
Hoewel ik moet zeggen dat het bosbessentaartje dat ik daar genuttigd had voortreffelijk was geweest. Aangezien ik niet voor bosbessen naar het Hermitage was gekomen, hoopte ik dat mijn bezoekje aan de Amsterdamse dependance mij vrolijker zou stemmen. Dat deed het.

Langs een brede, elegant gekromde trap was een enorme uitvergroting van een portret van Catherina te zien. Haar eeuwenoude bescheiden glimlach verwelkomde ons op haar tentoonstelling. Links hingen portretten van actrices die haar ooit vertolkt hadden. Ijverig schreef ik de titels op. Bovenaan de trap moest ik wel even met mijn ogen knipperen. Grote zaal met fonkelende objecten met schreeuwige roze muren was voor mij verschenen.
"We willen het verhaal van een prinsesje vertellen, een sprookje. Van boerin naar machtigste vrouw van Rusland." vertelde de gids terwijl ze trots naar een portretje van de Duitse Sophia uit Anhalt wees. Deze uitspraak werd onderstreept met het "er was eens...", wat met krullende letters de muur sierde. Hoewel dit prachtig was, vreesde ik dat dit sprookje af zou wijken van mijn recent gevormde beeld op basis van Simon Sebag Montefiori's uitstekende Romanov biografie. De gids stelde niet teleur. Passievol vertelde zij over haar reis, haar wil om het goed te doen aan het hof en haar waardeloze echtgenoot. De waanzinnig intelligente dame had zich het Russisch meester gemaakt,  filosofische werken gelezen en zich laten bekeren tot de orthodoxie, waarmee ze zelfs haar naam inruilen voor een Russische, Catherina. Toegewijd aan het land dus. De gids ging alleen naar mijn idee een stapje te ver door te stellen dat ze enorm verlicht en heel liberaal was, doordat ze het bevrijden van horigen stimuleerde. Met mijn betweterige wijsvinger in de lucht deelde ik mee dat Catherina zelf duizenden horigen bezat en deze geen moment heeft losgelaten. Sterker nog, ze gaf ze cadeau aan haar minnaars.
De gids antwoordde dat Catherina te afhankelijk was van haar horigen en kritiek over veranderingen niet zo overleven   boze mannen met hooivorken stonden bij wijze van klaar om haar uit de macht te zetten.
Bewijsstuk A in smaken verschillen
Wat ik wel waardeerde is dat het museum haar imago als nymfomane wilde afzwakken. Ze werd voornamelijk zo afgeschilderd door mannelijke vijanden. Haar vele minnares prijkten met hun portretten aan de muur. De mannen waar ik eerder over had gelezen en werden beschreven als onweerstaanbaar en het toppunt van mannelijkheid, keken me nu met grote neuzen, dikke lippen en onderkinnen aan. Laten we zeggen dat Catherina en ik verschillen qua smaak in mannen.


Naast de begane grond waar haar leven in grote lijnen werd uiteengezet, vervolgde op de bovenverdieping de tentoonstelling zich met verdiepende uitsneden van haar leven; haar reis, haar aankomst op het hof. Mijn favoriete kamer had een collectie schilderijen die het leven van Voltaire belachelijk maakte, die ze had gekocht om hem, haar vriend, te pesten.
Bijzonder aan de tentoonstelling is dat zij die niet het geluk hadden om een rondleiding te krijgen, alsnog een fantastische gids hebben in de vorm van een audiotour.  In tegenstelling tot de zeer gedetailleerde, trage en slaapverwekkend audiotour die mij eerder gezelschap hielden, was dit een aangename verrassing.  Geen details over de kunst, maar een verhaal dat vertelt werd aan de hand van passages uit haar autobiografie en spannende episodes uit haar leven, door acteurs tot leven gewekt. Geweerschoten en paardengetrappel klonken bij het betreden van de zaal gespecialiseerd in haar coup, terwijl op de achtergrond een van de verfilmingen van haar levensverhaal te zien waren.

Een prachtige tentoonstelling, erg geschikt voor het grote publiek. Een mooi voorbeeld van hoe van een gewone museumopstelling een beleving gemaakt kan worden. Ja, minder ruimte voor nuance en detail. Toch vind ik het belangrijker dat mensen eerst geïntrigeerd worden. Anders zullen weinig mensen zich verder in de geschiedenis verdiepen. Zo ging dat ook met mijn Rusland reis. Heb ik veel nieuws geleerd? Nee, dat niet. Hier en daar details. Is het meer voor mij gaan leven? Ja, zeker. Wil ik nu haar autobiografie lezen? Absoluut.
Moet jij ook naar deze tentoonstelling? Zie bovenstaande.
Als het niks is,  kan je altijd nog worteltaart in de tuin eten.