zondag 18 december 2016

Careless Whisper en sarcofaagjes

Ik lig languit in de bus. Onder een fleecedeken. Mijn schoenen zitten in een zwart plastic tasje dat aan een haakje bungelt. Boven mij probeert de airco een nieuwe ijstijd voor Vietnam te laten aanbreken. Zachter kan hij niet, alleen harder. Een paar uur daarvoor waren we in deze bus gestapt. In plaats van stoelen bestond deze bus uit stapelbedden die leken op kleine sacrofaagjes waar iemand van 1.70 net in paste. Jammer voor dat Duitse meisje dat schuin voor mij zat/lag en zeker 1.85 was. Eenmaal in mijn vreemde cocon gekropen, wist ik me te ontspannen. Alle Vietnamezen om mij heen hadden fleecedekentjes over zich heen getrokken, dus dat deed ik ook maar. Met het groezelige groene dekentje om mij heen kon ik eindelijk lekker een boekje lezen, het een en ander opschrijven en lekker snurken. Dag wagenziekte, hallo zeven uur vrije tijd. 

De volgende dag begon op de twaalfde verdieping van het hotel in Ho Chi Minh, de ontbijtbar. Turend over de stad van duizend scooters en toeters dronk ik mijn Earl Grey terwijl een dametje mijn omelet serveerde. Ik nam de luxe van het dakterras zo goed mogelijk in mij op, omdat ik wist dat dit snel voorbij zou zijn. Mel's ouders vlogen die middag naar Cambodja en wij zouden ook aanstalten moeten maken om te vertrekken.
Ho Chi Minh stad in een dag dus. 
We wandelden door de stad. PIEP PIEP TOET TOET en dik 30 graden. Mijn hoofd werd roder en mijn looptempo daalde. We kwamen aan bij het historische museum waar we lazen over 'het dappere Vietnamese volk van strijders' dat eeuwenlang in opstand kwam tegen de 'kwade en cultureel inferieure overheersers'. Op dit interessante narratief en taalgebruik na was het museum rete saai. Zo'n museum waar een oude steen achter glas ligt en waar dan bij staat ' oude steen van 2000 jaar oud'. Dat je denkt ' zo, dat is een oude steen!'  en dan weer doorloopt. Die verwondering is dan klaar nadat je vijf soortgelijke stenen hebt gezien. 
Liever keek ik naar de schoolkindertjes die in blauw witte pyjama achtige uniforms door het museum dribbelden. Met de kroon op hun outfit, een kerstmuts, liepen ze achter een docent die sprak door een Britney Spears headset die was aangesloten aan draagbare boxjes. Waar was dat toen ik door Wittenberg moest lopen met mijn leerlingen?! Het museum had ook een mooie binnentuin met een vijvertje en een boom met rode lantarentjes erin. Er was ook een mummie, maar die stonk.
In de buitentuin stond een tempel. Terwijl we de statige trappen waarvan de leuningen waren versiert met draken bestegen, werd de lucht vervult met plechtig klinkende ohhmm muziek. Zo dat je denkt 'ik ga nu iets bijzonders zien.' Mel die al eerder boven was, vertelde dat het een tempel was die door de Fransen was gebouwd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van WO I, maar dat hij in 1983 was gerecycled op deze tempel. Terwijl hij afkeurend doorsprak, schelde er opeens keihard een bekende saxofoondeun uit speakers van de tempel. TIEDIETIEDITIEDIEDIEEEEE TIEDIEDIEITDIETIEEIDIEEEE en dan ' oh woow oh woowwhoowwww'.. maar dat was... Careless Whisper. Kwam er nu echt Wham! uit de tempel geschald? Het antwoord was ja. De plechtige muziek as vervangen door de ultieme schuifelplaat. Ik keek naar de tempeltuin en zag een afvalbak in de vorm van een pinguïn staan. Ik snapte het allemaal niet meer. Ik gaf mij over en zachtjes zong ik in mijzelf; 'I'm never gonna dance again, guilty feeling got no rythm'.
We zwaaiden Sven en Anette uit en terwijl ik boven een koelkast gebogen stond om mijn dorst te lessen, kwam Mel een vriend uit Singapore tegen. Samen gingen we naar het oorlogsmuseum en 's avonds aten we in een of ander overpriced hipster restaurant. Mel at een steak (boee) en toen de rekening binnenkwam besloten wij; never more. 

Nu lag ik dus in de bus. Alle grote vervaald gele tempels langs de kant van de weg deden mij denken aan Chinese wegrestaurants. Na een stop had de chauffeur bedacht de airco nog kouder te zetten. Ter illustratie hoe koud het was; de ramen condenseerden aan de buitenkant(!). Gelukkig had Mel een oplossing bedacht. We staken papiertjes door de gleufjes van de airco en voorkwamen op die manier dat hij in ons gezicht blies. Je kan wel zien dat die jongen twee jaar in Delft heeft gezeten. Ing. M. Schickel. 

Uiteindelijk kwamen we aan in Chau Doc, een klein stadje op de grens met Cambodja. Wederom super veel scooters, maar een relaxtere sfeer. We slenterden wat over de markt en besloten avond te eten bij een karretje waar kindermeubeltjes omheen stonden. Er zaten veel mensen en onder het mom ' wat goed is voor de locals is goed genoeg voor ons, namen we plaats. 
We vouwden onze knieën in onze nek, wezen naar een lukraak woord op het menu en aten vervolgens goddelijke maaltijdsoepen met huisgemaakte ice tea. Nee, een ding is zeker, ga niet naar Vietnam als je langer bent dan 1.80. Sorry Cluistra's, maar dit bijzettafeltje moet soms zelfs bukken. Ik heb het gevoel of ik vier bij vier ben in vergelijking met iedereen. Ga wel naar Vietnam als je kickt op lage rekeningen. Na een handen en voeten gesprek van vijf minuten kwamen we erachter dat we met onze omgerekend vier dollar niet alleen ons drinken hadden betaald, maar ook ons avondeten.
Eenmaal terug op onze hotelkamer hoorde ik s nachts een aantal keer TJIEP TJIEP, maar zagen we niks de volgende dag. Een mysterie ontvouwde zich dat zich de dagen daarna voortzette..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten