Dankbaar pakken we de pakjes aan. Terwijl we wachten op de bus, krijgen we van zijn vrouw een gepofte zoete aardappel, voor onderweg. Het busje rijdt een uur later voor. Het is vol met pakketten waar we met onze voeten op zitten. Een beetje teleurgesteld stellen we vast dat er geen ganzen in de bus zitten. De andere passagiers kijken ons verontschuldigend aan terwijl we over de wegen hobbelen. Ze vinden die lange mensen die steeds tegen het dak aan knallen maar zielig. Hun medelijden beantwoorden met een glimlach. Dit was prima, vergelijken met de onze vorige bus. Het is wel gezellig zo met die nieuwsgierige Cambodjanen. Achter ons zitten twee schoolmeisjes. Erg verlegen, maar ze willen graag hun Engels met ons oefenen. Prima, graag zelfs. Ze blijken bij het dolfijnen reservaat te wonen. Ze leren ons hallo, bedankt en doei en lachen om ons. Als ik een kwartier later alles al vergeten ben, word ik streng vermaant door de oudste van de twee. Sorry meid, maar ik weet het nu ook niet meer. Pasteis was hallo toch? Of was dat mijn ezelsbruggetje? Ik spreek nu vloeiend hallo in het Laos en Thais, geen ruimte meer voor Kmer.
Oma is lief, grijs en rustig. Ergens begrijpen we wat ze wil duidelijk maken. We tekenen een klok zodat we een tijd kunnen afspreken waarop we gaan eten. Ze geeft ons een klein geel banaantje. Dat vinden we lekker en gelijk komt ze naar buiten met een hele schaal vol. Toch maar eens op zoek gaan naar ons contactpersoon. Mr. Hen? vragen we aan haar. Ze wijst naar buiten, naar rechts. We lopen naar rechts.
'Iedereen in het dorp kent mr Hen' was ons voor vertrek vertelt. Gelukkig zijn mensen bereid ons te helpen.
Uit elk huis klinkt 'HELLOOOOOOOO' van nieuwsgierige kinderen, volwassenen en bejaarden. Links en rechts lopen kippen, kuikentjes, ossen, biggetjes, honden en poezen. We kopen wat drinken bij een pompstation/winkel/hangplek en nemen de proef op de som: mr Hen? Ja, die kennen ze! Gelijk werd zijn vrouw gebeld. Hij gebaarde naar de stoelen en wij wachtten. We kletsen met dorpsbewoners, drinken, zien een rode libelle en vergeten volledig dat we aan het wachten zijn. We besluiten na een uur dat we het wel redden zonder mr. Hen. Een uur nadat we thuis zijn, is hij er dan opeens. Langverwacht; mr. Hen. Een dikke man met een beetje een vlassig snorretje. Sorry, I was on my farm. We kletsen en eten van de schaal banaantjes. We snappen daardoor ook gelijk waarom hij dik is. We geven hem trouwens geen ongelijk dat hij zo van bananen houdt. Die ienimienie dingen hier zijn heel lekker. Later dekt het gehandicapte meisje dat bij het omaatje inwoont voor ons een lage tafel. We eten soep, vis, rijst en banaantjes. Het is lekker en veel. Als de vis op is, krijgen we nog twee enorme stukken. Nee he. We zitten in een tweestrijd. In Nederland is het beleeft om je bord leeg te eten, in sommige culturen moet je blijven scheppen tot de gast ontploft. Na de vis mogen we echter gaan. We lazen uit onze boekjes, kropen onder onze roze kamboe en gaven elkaar een kus. Fijne Kerst. Welterusten.
's Ochtends maakten we in de vroegte onze pakjes open. Terwijl hanen kukelden en varkens knorden, kirde ik 'wat leuk!' toen er uit de cadeautasjes kleurige, soffen placemats verschenen. VOrig jaar stond Mel konijnenrug te bereiden met Kerst, vandaag gingen we dolfijnen bekijken.
Toet toet! klonk er beneden. Mr. Hen stond al klaar om ons op te halen. Hij was op de scooter en had een jongen bij zich, ook op de scooter. Geen busje in zicht. Shit. We moesten op die scooters. Met 3 tassen. Per persoon. Over die hobbelige stofweg.
*diep ademhalen*
Goed. Ik klom in mijn korte broek (sorry pappa en mamma) achterop bij mr Hen, klemde mij vast en terwijl ik mijn mantra 'blijf zitten, blijf zitten' herhaalde, zoefden we richting het volgende ecodorp. Daar woonde mr. Hen met zijn vrouw. Ze bereidde een heerlijke vismaaltijd voor ons, met banaantjes toe. Die zoete dingetjes aten wij met smaak, tot verdriet van mr Hen. Hij was teleurgesteld dat hij onze banaantjes niet kon stelen. Hij liet een tros halen 'I need bananas, so good'. Terwijl hij ze naar binnen werkte alsof het een handje rozijnen was, vertelde hij ons over Laos. Het land begon aan de overkant van de rivier en de dolfijnenpool werd door Cambodja en Laos gedeeld. Laos had alleen een steengroeve gebouwd aan het water, wat de dolfijnen niet ten goede kwamen. Voor de rest waren de mensen in Laos heel lief, verzekerde hij ons.
| Zie jij ze, zie ik ze? |
Nadeel was dat hoe vaak Mel en Hen schreeuwden 'look there!' ik geen dolfijnen zag. Ik had van die springende flippers verwacht, maar kleine grijze blopjes moest ik het mee doen. En die kon ik niet eens zien.
'We will try again in the afternoon'
We vaarden verder langs rotsen en idylische visserstavreeltjes en meerder aan. Door de bushbush waar ik blaadjes hoorde ritselen, vogeltjes hoorde fluiten en Mel 'kut muggen' hoorde roepen. Hoewel ik volledig was ingesmeert met anti mug, sloeg hij in 1 klap drie muggen op mijn rug dood. Te laat blijkbaar, want er ontstond een bult ten grote van mijn grote duim opgevouwen (ik ben niet zo goed met inschatten in cm). Toen ik dat aan de gids liet zien riep hij 'wow'. IK had het echter te druk met zeten om mij zorgen te maken. Gelukkig hoorde ik het water bruisen. De waterval was nabij. We kwamen uit de bladeren en daar was de waterval. ' An hour break?' Yes, please. Zwijgend keken we naar het water. 'Dat was wel een takke eind lopen voor zo weinig water' 'ik heb dorst' 'ik heb een zonnesteek' 'kom we gaan even kijken en daarna in dat restaurant zitten.'
Dichtbij was de waterval mooier dan verwacht, maar na 5 minuten zaten we water achterover te gulpen. Verbaast keek de gids ons aan; where you leave all that water? Een blik op onze natgezweten tshirts had hem genoeg moeten zeggen. Uitgeput keken we uit over de watervallen. Mel viel in slaap en ik hing achterover en staarde naar het watergeweld, concluderend dat vakantie toch wel heel fijn was.
We liepen terug over weg. Die was er blijkbaar. De gids vond mij toch wel heel zielig met al die muggebulten en had tegen Mel gezegd dat het beter was als we over de weg gingen. Alleen, kon ik dat wel aan? Ik zag mijzelf als desondanks mijn factor vijftig, mijn pijnlijke verbrande huid insmeren met after sun.
De gids zag iets anders. Prachtig, vonden ze het. Zo bleek. Beautiful. Ik moest nooit bruin worden.
Dat lukt ook niet, verzuchtte ik in mijzelf.
In de boot zag ik eindelijk de dolfijnen. Grijze blopjes in het wild gezien, check.
Daarna gingen we kajak varen. 'Are you experienced? vroeg mr. Hen. 'Eh.. No.' Zijn gezicht betrok en werd bedenkelijk. Hij sprong in zijn kajak en hoewel Mel en ik samen zaten, konden we hem onmogelijk bijhouden. He Hen! We hebben vakantie! Ik zat voorin, uiteraard omdat ik heel goed kan navigeren. Na 10 slagen was ik moe. Mijn handen waren nog verkrampt van de ongemakkelijke scooterrit. Daarnaast ben ik ook een enorm watje zonder enige spierkracht in mijn armen. Arme Mel roeide dus voor twee.
Gelukkig deed onze omgeving onze pijn vergeten. We vaarden door een bos, op het water.
Het sunken forest. 'You see where the roots stop?' Ja, zeiden we toen we 10 meter boven ons keken.'That's how high the water is in the rain season.' (Ik weet dat ik geen hoogtes kan inschatten, maar skeptici, ik heb het met Mel overlegd en die zegt dat 10 meter niet overdreven is). Hoog in de takken hingen visnetten. Op hoge stenen stonden boten te wachten op nattere tijden. Terwijl ons vergaapten aan de bomen, zat Hen te gapen. Hij verveelde zich stierlijk. Sarcastisch riep hij 'whieeeeee' elke keer als we een bochtje om gingen.Ik kreeg flashbacks van een kajaktochtje in Tsjechie, waar Koos een drankriem met schnapps om had die we mochten drinken als we wat moed nodig hadden voor spannende stukjes op de route. Het water was echter zo tam, dat we op een gegeven moment bij flauwe bochten moesten gaan drinken omdat ie toch wel 'heel spannend' waren.
'Would you like an adventure?' zei Hen met een glinstering in zijn ogen. Nog amper ja gezegd, werd onze kajak door het water meegesleept. 'Whieeeee' riep Hen deze keer oprecht terwijl de takken in ons gezicht sloegen terwijl we de boot onder controle probeerden te krijgen. Ik begon als een gek te roeien, naar wat blijkt achteraf, in de verkeerde richting. Meneer Hen kwam achter ons varen. Het volgende wat ik mij kan herinneren is dat ik [moet ik] LINKS? [roeien] riep, voordat de kajak omkiepte en ik vast kwam te zitten tussen de boom, stenen en de kajak. Meneer Hen lag in een scheur en nadat ik los was gepeuterd, wij ook. Lachend roeiden we verder totdat we ons hardop afvroegen of mr. Hen onze kajak niet omgeduwd had. Terwijl mr. Hen lachend voor ons uit vaarde, bedacht Mel een nieuwe strategie: 'als jij nou eens niet roeit Saskia, dan gaat het denk ik een stuk beter.' Een stuk verderop gingen we vrijwillig zwemmen en deed ik een 'hoe ver kan ik mij laten meeslepen met de stroming voordat Mel in paniek raakt' spelletje. Daarna werden we opgepikt door onze motorboot die ons naar ons volgende dorp bracht.
Stinkend en verlangend naar een douche werden we door de dorpsbewoner die ' follow me' als enige Engels sprak, naar ons gezin gebracht. Eenmaal aangekomen was er grote verwarring over onze komst. We hebben nog steeds geen idee wat er nu was, we konden het niet met handen en voeten ontrafelen. De stroom was uitgevallen, dat snapten we wel. Na een tijdje legden we onze spullen neer en aangezien we niet weggestuurd werden, namen we aan dat we hier mochten blijven. Douchen ging hem niet owrden. Zo goed en kwaad als het kon schrobden we onszelf met koud water dat we uit een bakje over onszelf heen kiepten. Daarna gingen we herhaaldelijk hallo zeggen en zwaaien naar de geestelijk gehandicapte jongen die in ons gasthuis woonde. Verder kwamen we niet, maar dat hinderde hem niet. Hij zwaaide heel blij heen en weer in zijn hangmatje. Daarna werden we over een pikdonkere weg naar een ander gezin gebracht waar voor ons gekookt was. Het was blijkbaar ook een hangplek. Steeds meer mannen verzamelden zich voor het huis. Zoals de gids eerder die dag al zei, ben ik met mijn bleke huid een feest voor het oog. Ik werd uitgebreid geviert door die mannen. Na het nodig gestaar, pakte een man een stoel en ging eersterangs zitten om mij aan te staren. Lekker ongemakkelijk. Gelukkig sprong de stroom weer aan en gingen de mannen rond de tv zitten en kickboksen kijken. Lang leve moderne techniek.
| In betere tijden, voor de grens met Laos |
Nadat wij succesvol een 'stempel toeslag' geweigerd hadden te betalen, besloten we hetzelfde te doen in Laos. Maar, omdat wij weigerden de douaniers om te kopen, werden onze paspoorten afgenomen en een half uur op ons geschreeuwd. Nadat ik ging huilen, Mel letterlijk door zijn knieen moest voor de douaniers om excuses te maken en de nodige dollars, mochten we het land in.
Als de sodemieter weg hier, dachten we. Dat ging niet zo makkelijk. We probeerden naar een bus te vragen maar ' no bus', een taxi dan? 'no taxi'. Daar zaten we dan. We hielden busjes aan bij de grens en boden ze een belachelijke hoeveelheid aan dollars om ons mee te nemen. Uiteindelijk hapte er eentje en met gierende banden reden we Laos in, weg van de douane, op naar de 4000 Islands.


