maandag 9 januari 2017

Lost in Translation en het verzonken bos

'Het is wel een moeilijke bus hoor', zei de eigenaar van Xplore Asia terwijl wij onze tour boeken. We zouden met een bus naar twee ecodorpen gaan. We wilden graag in een bepaald natuurgebied zijn, maar wilden dat de lokale bevolking daar ook wat aan had en dat de natuur er niet onder zou lijden. Deze man bood ons precies wat we zochten. 'Lokale mensen nemen deze bus'. Wij haalden onze schouders op. 'Die nemen ganzen mee', waarschuwde hij ons. We spreken alles door, kiezen voor de lokale bus en dan zegt hij 'Fijne kerst'. Hij overhandigt ons twee pakketjes. O ja. Vanavond is het kerstavond.
Dankbaar pakken we de pakjes aan. Terwijl we wachten op de bus, krijgen we van zijn vrouw een gepofte zoete aardappel, voor onderweg. Het busje rijdt een uur later voor. Het is vol met pakketten waar we met onze voeten op zitten. Een beetje teleurgesteld stellen we vast dat er geen ganzen in de bus zitten. De andere passagiers kijken ons verontschuldigend aan terwijl we over de wegen hobbelen. Ze vinden die lange mensen die steeds tegen het dak aan knallen maar zielig. Hun medelijden beantwoorden met een glimlach. Dit was prima, vergelijken met de onze vorige bus. Het is wel gezellig zo met die nieuwsgierige Cambodjanen. Achter ons zitten twee schoolmeisjes. Erg verlegen, maar ze willen graag hun Engels met ons oefenen. Prima, graag zelfs. Ze blijken bij het dolfijnen reservaat te wonen. Ze leren ons hallo, bedankt en doei en lachen om ons. Als ik een kwartier later alles al vergeten ben, word ik streng vermaant door de oudste van de twee. Sorry meid, maar ik weet het nu ook niet meer. Pasteis was hallo toch? Of was dat mijn ezelsbruggetje? Ik spreek nu vloeiend hallo in het Laos en Thais, geen ruimte meer voor Kmer.
We worden de bus uitgezet en staan voor een houten huis op palen. Bovenaan de trap staat een oude dame. Ze spreekt geen Engels. Gelukkig zou er iemand zijn die ons zou helpen bij onze aankomst. Alleen, waar was hij? Dan maar handen en voeten.
Oma is lief, grijs en rustig. Ergens begrijpen we wat ze wil duidelijk maken. We tekenen een klok zodat we een tijd kunnen afspreken waarop we gaan eten. Ze geeft ons een klein geel banaantje. Dat vinden we lekker en gelijk komt ze naar buiten met een hele schaal vol. Toch maar eens op zoek gaan naar ons contactpersoon. Mr. Hen? vragen we aan haar. Ze wijst naar buiten, naar rechts. We lopen naar rechts.
'Iedereen in het dorp kent mr Hen' was ons voor vertrek vertelt. Gelukkig zijn mensen bereid ons te helpen.
Uit elk huis klinkt 'HELLOOOOOOOO' van nieuwsgierige kinderen, volwassenen en bejaarden. Links en rechts lopen kippen, kuikentjes, ossen, biggetjes, honden en poezen. We kopen wat drinken bij een pompstation/winkel/hangplek en nemen de proef op de som: mr Hen? Ja, die kennen ze! Gelijk werd zijn vrouw gebeld. Hij gebaarde naar de stoelen en wij wachtten. We kletsen met dorpsbewoners, drinken, zien een rode libelle en vergeten volledig dat we aan het wachten zijn. We besluiten na een uur dat we het wel redden zonder mr. Hen. Een uur nadat we thuis zijn, is hij er dan opeens. Langverwacht; mr. Hen. Een dikke man met een beetje een vlassig snorretje. Sorry, I was on my farm. We kletsen en eten van de schaal banaantjes. We snappen daardoor ook gelijk waarom hij dik is. We geven hem trouwens geen ongelijk dat hij zo van bananen houdt. Die ienimienie dingen hier zijn heel lekker. Later dekt het gehandicapte meisje dat bij het omaatje inwoont voor ons een lage tafel. We eten soep, vis, rijst en banaantjes. Het is lekker en veel. Als de vis op is, krijgen we nog twee enorme stukken. Nee he. We zitten in een tweestrijd. In Nederland is het beleeft om je bord leeg te eten, in sommige culturen moet je blijven scheppen tot de gast ontploft. Na de vis mogen we echter gaan. We lazen uit onze boekjes, kropen onder onze roze kamboe en gaven elkaar een kus. Fijne Kerst. Welterusten.

's Ochtends maakten we in de vroegte onze pakjes open. Terwijl hanen kukelden en varkens knorden, kirde ik 'wat leuk!' toen er uit de cadeautasjes kleurige, soffen placemats verschenen. VOrig jaar stond Mel konijnenrug te bereiden met Kerst, vandaag gingen we dolfijnen bekijken.
Toet toet! klonk er beneden. Mr. Hen stond al klaar om ons op te halen. Hij was op de scooter en had een jongen bij zich, ook op de scooter. Geen busje in zicht. Shit. We moesten op die scooters. Met 3 tassen. Per persoon. Over die hobbelige stofweg.
*diep ademhalen*
Goed. Ik klom in mijn korte broek (sorry pappa en mamma) achterop bij mr Hen, klemde mij vast en terwijl ik mijn mantra 'blijf zitten, blijf zitten' herhaalde, zoefden we richting het volgende ecodorp. Daar woonde mr. Hen met zijn vrouw. Ze bereidde een heerlijke vismaaltijd voor ons, met banaantjes toe. Die zoete dingetjes aten wij met smaak, tot verdriet van mr Hen. Hij was teleurgesteld dat hij onze banaantjes niet kon stelen. Hij liet een tros halen 'I need bananas, so good'. Terwijl hij ze naar binnen werkte alsof het een handje rozijnen was, vertelde hij ons over Laos. Het land begon aan de overkant van de rivier en de dolfijnenpool werd door Cambodja en Laos gedeeld. Laos had alleen een steengroeve gebouwd aan het water, wat de dolfijnen niet ten goede kwamen. Voor de rest waren de mensen in Laos heel lief, verzekerde hij ons.
Zie jij ze, zie ik ze?
We stapten in een bootje en gingen richting de pool. Hier merkten we, tot ons genoegen, dat we met een eco toer waren. We deden onze motor op tijd uit en bleven op enige afstand tot de pool, net als 2 andere bootjes. Vier andere bootjes klieften dwars door de poel heen op het moment dat de eerste dolfijnen hun rugbult lieten zien.
Nadeel was dat hoe vaak Mel en Hen schreeuwden 'look there!' ik geen dolfijnen zag. Ik had van die springende flippers verwacht, maar kleine grijze blopjes moest ik het mee doen. En die kon ik niet eens zien.
'We will try again in the afternoon'
We vaarden verder langs rotsen en idylische visserstavreeltjes en meerder aan. Door de bushbush waar ik blaadjes hoorde ritselen, vogeltjes hoorde fluiten en Mel 'kut muggen' hoorde roepen. Hoewel ik volledig was ingesmeert met anti mug, sloeg hij in 1 klap drie muggen op mijn rug dood. Te laat blijkbaar, want er ontstond een bult ten grote van mijn grote duim opgevouwen (ik ben niet zo goed met inschatten in cm). Toen ik dat aan de gids liet zien riep hij 'wow'. IK had het echter te druk met zeten om mij zorgen te maken. Gelukkig hoorde ik het water bruisen. De waterval was nabij. We kwamen uit de bladeren en daar was de waterval. ' An hour break?'  Yes, please. Zwijgend keken we naar het water. 'Dat was wel een takke eind lopen voor zo weinig water' 'ik heb dorst' 'ik heb een zonnesteek' 'kom we gaan even kijken en daarna in dat restaurant zitten.'
Dichtbij was de waterval mooier dan verwacht, maar na 5 minuten zaten we water achterover te gulpen. Verbaast keek de gids ons aan; where you leave all that water? Een blik op onze natgezweten tshirts had hem genoeg moeten zeggen. Uitgeput keken we uit over de watervallen. Mel viel in slaap en ik hing achterover en staarde naar het watergeweld, concluderend dat vakantie toch wel heel fijn was.
We liepen terug over weg. Die was er blijkbaar. De gids vond mij toch wel heel zielig met al die muggebulten en had tegen Mel gezegd dat het beter was als we over de weg gingen. Alleen, kon ik dat wel aan? Ik zag mijzelf als desondanks mijn factor vijftig, mijn pijnlijke verbrande huid insmeren met after sun.
De gids zag iets anders. Prachtig, vonden ze het. Zo bleek. Beautiful. Ik moest nooit bruin worden.
Dat lukt ook niet, verzuchtte ik in mijzelf.
In de boot zag ik eindelijk de dolfijnen. Grijze blopjes in het wild gezien, check.
Daarna gingen we kajak varen. 'Are you experienced? vroeg mr. Hen. 'Eh.. No.' Zijn gezicht betrok en werd bedenkelijk. Hij sprong in zijn kajak en hoewel Mel en ik samen zaten, konden we hem onmogelijk bijhouden. He Hen! We hebben vakantie! Ik zat voorin, uiteraard omdat ik heel goed kan navigeren. Na 10 slagen was ik moe. Mijn handen waren nog verkrampt van de ongemakkelijke scooterrit. Daarnaast ben ik ook een enorm watje zonder enige spierkracht in mijn armen. Arme Mel roeide dus voor twee.
Gelukkig deed onze omgeving onze pijn vergeten. We vaarden door een bos, op het water.
Het sunken forest. 'You see where the roots stop?' Ja, zeiden we toen we 10 meter boven ons keken.'That's how high the water is in the rain season.' (Ik weet dat ik geen hoogtes kan inschatten, maar skeptici, ik heb het met Mel overlegd en die zegt dat 10 meter niet overdreven is). Hoog in de takken hingen visnetten. Op hoge stenen stonden boten te wachten op nattere tijden. Terwijl ons vergaapten aan de bomen, zat Hen te gapen. Hij verveelde zich stierlijk. Sarcastisch riep hij 'whieeeeee' elke keer als we een bochtje om gingen.Ik kreeg flashbacks van een kajaktochtje in Tsjechie, waar Koos een drankriem met schnapps om had die we mochten drinken als we wat moed nodig hadden voor spannende stukjes op de route. Het water was echter zo tam, dat we op een gegeven moment bij flauwe bochten moesten gaan drinken omdat ie toch wel 'heel spannend' waren.
'Would you like an adventure?' zei Hen met een glinstering in zijn ogen. Nog amper ja gezegd, werd onze kajak door het water meegesleept. 'Whieeeee' riep Hen deze keer oprecht terwijl de takken in ons gezicht sloegen terwijl we de boot onder controle probeerden te krijgen. Ik begon als een gek te roeien, naar wat blijkt achteraf, in de verkeerde richting. Meneer Hen kwam achter ons varen. Het volgende wat ik mij kan herinneren is dat ik [moet ik] LINKS? [roeien] riep, voordat de kajak omkiepte en ik vast kwam te zitten tussen de boom, stenen en de kajak. Meneer Hen lag in een scheur en nadat ik los was gepeuterd, wij ook. Lachend roeiden we verder totdat we ons hardop afvroegen of mr. Hen onze kajak niet omgeduwd had. Terwijl mr. Hen lachend voor ons uit vaarde, bedacht Mel een nieuwe strategie: 'als jij nou eens niet roeit Saskia, dan gaat het denk ik een stuk beter.' Een stuk verderop gingen we vrijwillig zwemmen en deed ik een 'hoe ver kan ik mij laten meeslepen met de stroming voordat Mel in paniek raakt' spelletje. Daarna werden we opgepikt door onze motorboot die ons naar ons volgende dorp bracht.
Stinkend en verlangend naar een douche werden we door de dorpsbewoner die ' follow me'  als enige Engels sprak, naar ons gezin gebracht. Eenmaal aangekomen was er grote verwarring over onze komst. We hebben nog steeds geen idee wat er nu was, we konden het niet met handen en voeten ontrafelen. De stroom was uitgevallen, dat snapten we wel. Na een tijdje legden we onze spullen neer en aangezien we niet weggestuurd werden, namen we aan dat we hier mochten blijven. Douchen ging hem niet owrden. Zo goed en kwaad als het kon schrobden we onszelf met koud water dat we uit een bakje over onszelf heen kiepten. Daarna gingen we herhaaldelijk hallo zeggen en zwaaien naar de geestelijk gehandicapte jongen die in ons gasthuis woonde. Verder kwamen we niet, maar dat hinderde hem niet. Hij zwaaide heel blij heen en weer in zijn hangmatje. Daarna werden we over een pikdonkere weg naar een ander gezin gebracht waar voor ons gekookt was. Het was blijkbaar ook een hangplek. Steeds meer mannen verzamelden zich voor het huis. Zoals de gids eerder die dag al zei, ben ik met mijn bleke huid een feest voor het oog. Ik werd uitgebreid geviert door die mannen. Na het nodig gestaar, pakte een man een stoel en ging eersterangs zitten om mij aan te staren. Lekker ongemakkelijk. Gelukkig sprong de stroom weer aan en gingen de mannen rond de tv zitten en kickboksen kijken. Lang leve moderne techniek.

In betere tijden, voor de grens met Laos
Uitgeput legde we ons neer op de (letterlijk) houten plank waar we op sliepen. Gebrokeen werdne we s ochtends wakker geschreeuwd door iemand die MISTA! vanaf de tuin schreeuwde. Ontbijten en een busje in dat ons bij de grens met Laos afzette. Een helse tijd bij de douane volgde.
Nadat wij succesvol een 'stempel toeslag' geweigerd hadden te betalen, besloten we hetzelfde te doen in Laos. Maar, omdat wij weigerden de douaniers om te kopen, werden onze paspoorten afgenomen en een half uur op ons geschreeuwd. Nadat ik ging huilen, Mel letterlijk door zijn knieen moest voor de douaniers om excuses te maken en de nodige dollars, mochten we het land in.
Als de sodemieter weg hier, dachten we. Dat ging niet zo makkelijk. We probeerden naar een bus te vragen maar ' no bus', een taxi dan? 'no taxi'. Daar zaten we dan. We hielden busjes aan bij de grens en boden ze een belachelijke hoeveelheid aan dollars om ons mee te nemen. Uiteindelijk hapte er eentje en met gierende banden reden we Laos in, weg van de douane, op naar de 4000 Islands.

vrijdag 6 januari 2017

Kmer koken, schone kleding en houtsnijwerk

Het shirt in het wild
Na weer een plakkerige wandeling met al onze bepakking vond ik het tijd voor een nieuw t-shirt.
Nu is dat niet zo moeilijk. Je hoeft maar 4 seconden stil te staan of er staat iemand voor je met een olifanten t-shirt of een olifanten pofbroek. T shirt one dollaaaar!
Nu heb ik echter een tijd geleden besloten om alleen nog maar 'schone kleding' te kopen; dat wil zeggen kleding die niet is gemaakt door kinderen en waar de medewerkers een eerlijk loon krijgen (Daarnaast 'mag' ik ook tweedehands kleding kopen van mijzelf, om het leuk te houden). Een shirt van 5 euro kan niet, net als een shirt voor een dollar niet kan in Cambodja.
Gelukkig is er het internet en vond ik drie adresjes waar ik terecht kon. Ik vond een mooi, blauw t shirt. Er was een klein wit hoofdje op geborduurd. 'Wie is dat?' vroeg ik aan de verkoopster. Ze zei een naam die ik niet herkende.
'Wie is dat?' herhaalde ik.
'De koning van Cambodja.'
Oops.
Nu had ik hem gegoogled en aangezien hij geen slechte vent was, mocht hij wel als klein hoofdje op mijn tshirt. Toen ik bij de kassa kwam, viel de schade mee. Het was uitverkoop en het shirt was van 45 naar 22 dollar afgeprijst. Hoera! Het shirt was van biologisch bamboe materiaal. Nu heb ik daar op zitten googlen en daar is een goede en een slechte variant van. Volgens mij heb ik de goede. Dat maakt schone kleding kopen wel verrektelastig overigens, je loopt je een ongeluk te zoeken en weet het bijna nooit 100% zeker. Gelukkig beginnen er steeds meer keurmerken te verschijnen en zijn (sommige) kledingmerken steeds meer open over hoe en waar hun kleding geproduceert wordt.

Om 2 uur trokken Mel en ik een ander kledingstuk aan: een schort. Het restaurant waar we de avond van tevoren hadden gegeten, gaf ook cursussen 'Kmer (Cambodjaans) koken'. Nadat we met de kok naar de markt waren geweest, begonnen we aan ons driegangen menu. Mel maakte een goene mango kip salade, Kmer curry en een pompoentoetje, ik maakte een vegetarische (graag gedaan Mandy/Dylan) bananenbloesem salade, Amok en een bananentoetje. Voor ons stonden bakken waar onze kleurrijke ingredienten in lagen. Wij moesten meeschrijven terwijl de chef in razend tempo alles optilde en vertelde werlke verhoudingen we moesten aanhouden. Daarna begon het snijden.
'Zijn julie samen?' vraagt de chef. 'Ja.' Blijkbaar hadden we met dat antwoord iets bij hem losgemaakt, want hij gewoon een monoloog af te steken over zijn vriendin. Ze waren al 4 jaar samen, maar haar familie mocht het niet weten. Hij was 7 jaar ouders. Zij klaagde dat hij te veel uitging, hij plaagde haar door te zeggen dat hij andere vriendinnetjes had. Af en toe probeerde we te reageren, maar we kwamen er niet tussen.
Thanks Chef!
'Een keer was ze achterop de scooter met haar zus naar het restaurant gekomen en toe nhad ze gezegd ' is dit de man waar je van houdt'  Haar zus weet het dus en .. 'Moet ik dit roeren?' onderbreek ik zijn mijmering. Snel helpt hij ons onze salades af te maken. Over mijn vega salade gaat een visdressing. Sorry jongens. Het wordt in een blad geschept, met een opengesneden pepetje dat als bloemetje diensdeed. Alleraardigst. Hongerig vielen we onze salades aan. Lekker! Maar na een hap of 10 zat ik propvol. De salade was slechts voor 4/5e op. Toen ik bijna halverwege was zag ik Mel ook worstelen. Stoppen? Ja. Zonde, zeiden we allebei. Maar goed, we moesten nog twee gangen.
Schuldbewust liepen we terug naar de keuken, waar de chef onze hoofdgerechten uitlegde en wij hem gratis relatietherapie gaven. Heerlijke geuren verspreidde zich door de keuken en wij waren toch wel erg blij met de samenleving waar wij in leven. Goedkeurende, lieve schoonouders en geen haan die er naar kraait dat wij ongehuwd samenwonen. Het hoofdgerecht was heerlijk, maar nadat ik diverse happen had genomen, zat ik weer vol. Ik had gedacht wel weer honger te hebben gekregen van het koken, maar nee. Stomme salade. Het was zo lekker. 'Ik zit prop vol' 'Het is zo lekker' 'ja.' 'ik ben misselijk'  'ik ook. Ik eet alleen nog maar om het lekkere' 'we moeten stoppen' ' we krijgen nog een toetje zo' 'neeeee'.
Met schaamrood op de kaken lieten we 4/5e van de maaltijd staan en liepen we de keuken weer in. Jeetje wat was het daar snikheet. Tevergeefs poogde ik mezelf koelte toe te waaien met mijn notitieblokje. ' Klik' daar ging een enorme ventialor aan. In mijn hoofd zong een koor hallelujah en als twee zombies stonden we in de ventilator te puffen. De chef lachte ons uit. Hij stond daar met zijn lange kleding, zonder een druppel zweet.Het toetje paste uiteraard ook niet. Gelukkig was dat van Mel heel smerig en konden we dat zonder problemen laten staan. Mijn goddelijke bananencreatie moesten we helaas laten voor wat het was na een paar happen. 's Avonds maakten we een lange avondwandeling langs de over de top kerstverlichting in de hoop dat ons eten wat zou zakken.
De volgende dag kwam een busje ons een half uur te vroeg ophalen. Hals over kop gooien we onze spullen in de bus die ons naar Stung Trang zou brengen. Hup, de achterbank op.
Zie dat houtsnijwerk
Ho, wat was dit? Dit was geen luxe bus! Het was amper een bus te noemen! De bekleding was gescheurd, hout op plek waar geloof ik geen hout hoort er vielen druppels op ons hoofd. De airco lekte. Bij Mel begon een plasje op de bank te ontstaan. Een van mijn benen kon maar op de grond door alle bagage die in de bus was gestouwd. Zodra we wegreden sloegen we met onze hoofd tegen het dak. Dat ging nog zo'n 8,5 uur door (in plaats van de 4,5 uur die de bedoeling was) gevuld met ellende.Uit de bus werd er alleen maar geschreeuwd op ons en niemand wilde ons de wegwijzen. Ja, als we geld zouden betalen. Nou, laat maar. We snelden weg van de sjacheraars en sloegen linksaf, de markt op. Vis lag hier niet in een bak en op ijs, maar op een kleedje op de grond. Overal liepen vieze, slecht verzorgde dieren en het barste van de vliegen. Het was heet. Het was vies. En we waren verdwaald. Tot aan de horizon onze verlossing verscheen. Daar, in een etalage. Mel, we zijn gered. Kijk, WIFI!
We vonden ons hotel, bedankt google, en uitgeput plofte ik neer op ons bed. Mel kijkt mij verschrikt aan.
'Saskiak, wat liggen daar voor korreltjes in bed? ' Wat, wat?!' Verschrikt spring ik op. Terwilj ik mijzelf verwoed aan het afkloppen ben stelt Mel vast dat ik in maden ben gaan liggen. Hoevel vermoeid, eiste Mel een nieuwe kamer. ' We clean, sorry'. Nee niks we clean, een nieuwe kamer! Lang leve Mel.
Vijf minuten later lagen we in de king suite (zonder maden).

maandag 2 januari 2017

Een dag in het Rotterdam van Laos

Vandaag een flashforward. Laatste keer dat Mel schreef, waren we in Cambodja. Nu zijn we heel wat dagen verder. Eerst had ik even geen zin, en daarna was ik een paar dagen uit de running door voedselvergifiting. Dat andere ga ik ook nog wel opschrijven, maar om er terug in te komen maak ik het mijzelf makkelijk en vertel ik over Pakse in Laos, waar we sinds gisterennamiddag zijn.

"We zijn er net en we hebben morgen 1 hele dag, wat zou je ons aanraden om te doen?'
'Tsja, zei de Finse eigenaar van het restaurant waar we zaten te eten, 'je zou naar de Gouden Boudha kunnen. Daar kan je heen fietsen of scooteren en dan de heuvel op lopen.'
'Okay leuk!'
'Ja, voor de rest valt hier eigenlijk niks te doen.' De eigenaar is even stil en peinst.. 'Nee, dat is het wel.'
Okay top bedankt. En voor het geval dat je denkt dat we in een of ander gat zitten, niets is minder waar. We bevinden ons momenteel in de tweede stad van Laos, Pakse. En na een dag rondstruinen kunnen wij concluderen dat dit niet bepaald een bruisend metropool is. Deze regiohoofdstad lijkt meer een spookstad. Er is een hoofdstraat en daar is wat leven langs, maar voor de rest gebeurt hier niks. Ik loop hier met mijn videocamera rond en na een avond en ochtend had ik nog niks gefilmt. Ik legde het aan Mel voor, maar die kon ook niks bedenken behalve de hoofdstraat. De hoofdstraat ziet er echter zo uit al alles straten die de afgelopen tijd aan ons voorbij zijn geschoten. Veel restaurants, winkeltjes. Mensen zitten buiten op de stoep op kleine, rode plastic kinderstoeltjes wat te eten. Of ze staan te hangen bij hun scooters. Of ze liggen achterin de winkel in een hangmat te slapen. De restaurants en winkels worden afgewisseld met verkoopkantoortjes en woekerwisselaars die om je aandacht schreeuwen. Nu valt dat in Laos mee heb ik het idee, of ik ben er aan gewend geraakt. Busreizen naar Vietnam, Cambodja, Thailand, ze verkopen het allemaal. Allemaal mooie private bussen. Nou, alle keren dat wij op die manier zo'n bus gehuurd hadden, kwam een grote gammele bus voorrijden. Hopen op minibussen heb ik opgegeven. Morgen vertrekken we ook weer in een 'minibus' naar Thailand. Ik heb er nu over geklaagd, dus meestal lost het probleem zich daarna zelf op. Laten we het hopen.

Pakse dus. Nadat we de ochtend hadden besteed aan uitslapen, ontbijten en zoeken naar een pinautomaat die werkt (feest: geen werkende automaat gezien sinds onze aankomst), slokten we over de stoep naar de gouden boeddha. We hadden besloten te gaan lopen omdat we A: niet veel lokaal geld meer hadden en B: er toch niet meer was te doen in Pakse.
Om de zoveel kilometer moesten we gaan uithijgen in de schaduw en betreurde ik in stilte dat ons aftakelingsproces op 24 en 26 jarige leeftijd toch wel erg snel was ingezet. Sjok, sjok.
'Je kan in Laos aan hoe ze heten zien wie voor ze betaald hebben', aldus Mel terwijl de Japanse brug benaderde. En jawel, daar stond het op een bordje 'geschonken als een gebaar van vriendschap van Japan'. Pakse heeft ook een Russische brug. Dit geldt niet alleen voor bruggen. Bij elk momument waar we staan bedanken we verschillende landen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud. Bedankt Zuid Korea, Duitsland, Frankrijk en Thailand, de hoofdsponsoren van onze reis.
Langs de waterkant zien we constructies verschijnen die sterk verschillend met het straatbeeld van betonnen blokkige huizen en sporadisch een vervallen oud koloniale woning; meterslange en hoge hotels. Allemaal in een totaal andere stijl. De ene heeft wat weg van een pistehotel in Oostenrijk, de ander lijkt sprekend op het Partenon in Parijs. Hier is duidelijk wat aan het veranderen.
Camera leeg, bedankt google image search
De 143 meter lange brug zonder schaduw kwam eindelijk ten einde. Van bovenop de berg keek de groten gouden boeddha op ons neer. Mel had tussen de bomen een trap gespot, die zou vast naar hem leiden. Die wandelden we op, maar al snel was er nog heel veel berg, maar de trap was op. We liepen zo goed en kwaad als het kon verder de berg op, maar nadat we geprikt werden door planten, gestoken door muggen en struikelden over steentjes, besloten we terug te gaan. Eenmaal terug uit de wildernis zaten we op de trap en keken we uit over het water en een aantal spelende geitjes. Na wat rondgevraagd te hebben waarbij we veel naar de berg wezen en moeilijk keken, wees er eindelijk iemand 'bocht op, dan links'. Een metershoge trap doemde voor ons op. Dankbaar voor de stabiele ondergrond klommen we naar boven. De treden waren iets te klein voor onze voeten en ongelijk van hoogte, maar goed, ze waren er. Bovenaan bevond zich echter niet de Boeddha, maar allemaal bomen en nog een stuk berg. Na een stuk gelopen te hebben door het bos, kwamen we een nieuwe trap tegen. De trap was echter stuk. Treden hingen scheef of ontbraken volledig en overal staken spijkers uit. Ja en nu? We klommen via het platgestampte paadje via de stenen omhoog. Onderweg dacht ik mij vast te kunnen houden aan een boomstam, maar deze boom bleek doornen te hebben. Auw. Terwijl we de kapotte trap die langs ons liep bestudeerden, kwamen we tot de conclusie dat de trap helemaal niet zo oud was. 5 jaar, zoiets.
'Hoe gaat zo iets zo snel kapot' vroeg Mel zich hardop af. 'Waarom repareert niemand dit?!' ergerde ik mij. Dit is DE hotspot van Pakse. De enige plek waar toeristen heen kunnen en de halve lokale bevolking leek er rond te scharrelen. Toeterende scooters met jongens met hun meisje achterop hadden ons op de brug ingehaald en liepen ook naar boven. Eentje had een gitaar bij zich. Aw. En allemaal op teenslippers. Waarom?! En dan denkt iemand van jullie misschien nu: maar Saskia je moet alles daar niet met zo'n westerse blik bekijken en alles naar onze standaarden houden. Dan zeg ik, ga weg hippie, ik wil gewoon de berg op lopen zonder mn nek te breken.
Goed, uiteindelijk kwamen we bij een groot blok betonnen plateau uit waar de Buddha op zat. Enorm gevaarte. Het plateau waar hij op zat, was echter niet af. Overal stonden nog stalen draden in het kale beton en links van het plateau lag de basis van wat het linkerdeel van het plateau had moeten worden. Het was volledig begroeid met gras. Een paar meter verderop stond een half betonnen huisje.We gaan op een halve trap van kaal beton zitten. 'Het geld was op', concludeerde Mel. Geen land dat dit project steunde, zelfs Laos niet meer. De treurige bouwplaats deed echter niks af aan het adembenemende uitzicht.
'De camera is leeg.'
'He nee he!'
We kijken naar de mensen die met een selfiestick zichzelf in moeilijke bochten wringen.
'Alsof ik met jou op de foto wil'
'Nou dan niet joh'
Lachend loopt Mel weg, terwijl er opeens een vrouw op mij komt afgerend. Ze heeft een kind bij zich, dat steeds harder begint te huilen namate ik dichter in de buurt kom. De vrouw trekt het kind aan haar arm mee. Ze gaat naast me zitten, duwt het kind half op mijn schoot en ik zeg ' eh.. sabaidie (hallo)'
Dit beeldje sierde de ingang van de tempel
De vrouw wijst naar voren en ik kijk een camera in. Ik lach wat ongemakkelijk richting de vrouw die de camera beet heeft. Ze zwaait met haar vingers in een v en wilt dat ik het gebaar maak, als een blij klein japans meisje. Schaapachtig ga ik hiermee akkoord en drie foto's later zijn de vrouwen en het kind weg.
Mel staat de boel verbrouwereerd aan te kijken. 'Wat krijgen we nou?'
Lichtelijk verward kijk ik hem aan en zeg zelfvoldaan: 'Ja, als jij niet met mij op de foto wilt, heb ik zo iemand anders gevonden hoor.'

Voorbij de gouden boeddha is een grasveld waar zo'n 50 kleine boeddha beelden zijn. Sommigen zijn wit. Die werden door de monikken geschuurd en goud geschilderd. Daar was wel geld voor.  Verderop is tempel. 'Bierglasboeddha, de Heineken god!' roept Mel. In de tempel staat een donkergroene Boeddha van glas. Om de tempel heen is een parkje waar allemaal plastic schapen staan en stenen lieveheersbeestjes. Ik snap er zelf ook allemaal niks meer van.