vrijdag 6 januari 2017

Kmer koken, schone kleding en houtsnijwerk

Het shirt in het wild
Na weer een plakkerige wandeling met al onze bepakking vond ik het tijd voor een nieuw t-shirt.
Nu is dat niet zo moeilijk. Je hoeft maar 4 seconden stil te staan of er staat iemand voor je met een olifanten t-shirt of een olifanten pofbroek. T shirt one dollaaaar!
Nu heb ik echter een tijd geleden besloten om alleen nog maar 'schone kleding' te kopen; dat wil zeggen kleding die niet is gemaakt door kinderen en waar de medewerkers een eerlijk loon krijgen (Daarnaast 'mag' ik ook tweedehands kleding kopen van mijzelf, om het leuk te houden). Een shirt van 5 euro kan niet, net als een shirt voor een dollar niet kan in Cambodja.
Gelukkig is er het internet en vond ik drie adresjes waar ik terecht kon. Ik vond een mooi, blauw t shirt. Er was een klein wit hoofdje op geborduurd. 'Wie is dat?' vroeg ik aan de verkoopster. Ze zei een naam die ik niet herkende.
'Wie is dat?' herhaalde ik.
'De koning van Cambodja.'
Oops.
Nu had ik hem gegoogled en aangezien hij geen slechte vent was, mocht hij wel als klein hoofdje op mijn tshirt. Toen ik bij de kassa kwam, viel de schade mee. Het was uitverkoop en het shirt was van 45 naar 22 dollar afgeprijst. Hoera! Het shirt was van biologisch bamboe materiaal. Nu heb ik daar op zitten googlen en daar is een goede en een slechte variant van. Volgens mij heb ik de goede. Dat maakt schone kleding kopen wel verrektelastig overigens, je loopt je een ongeluk te zoeken en weet het bijna nooit 100% zeker. Gelukkig beginnen er steeds meer keurmerken te verschijnen en zijn (sommige) kledingmerken steeds meer open over hoe en waar hun kleding geproduceert wordt.

Om 2 uur trokken Mel en ik een ander kledingstuk aan: een schort. Het restaurant waar we de avond van tevoren hadden gegeten, gaf ook cursussen 'Kmer (Cambodjaans) koken'. Nadat we met de kok naar de markt waren geweest, begonnen we aan ons driegangen menu. Mel maakte een goene mango kip salade, Kmer curry en een pompoentoetje, ik maakte een vegetarische (graag gedaan Mandy/Dylan) bananenbloesem salade, Amok en een bananentoetje. Voor ons stonden bakken waar onze kleurrijke ingredienten in lagen. Wij moesten meeschrijven terwijl de chef in razend tempo alles optilde en vertelde werlke verhoudingen we moesten aanhouden. Daarna begon het snijden.
'Zijn julie samen?' vraagt de chef. 'Ja.' Blijkbaar hadden we met dat antwoord iets bij hem losgemaakt, want hij gewoon een monoloog af te steken over zijn vriendin. Ze waren al 4 jaar samen, maar haar familie mocht het niet weten. Hij was 7 jaar ouders. Zij klaagde dat hij te veel uitging, hij plaagde haar door te zeggen dat hij andere vriendinnetjes had. Af en toe probeerde we te reageren, maar we kwamen er niet tussen.
Thanks Chef!
'Een keer was ze achterop de scooter met haar zus naar het restaurant gekomen en toe nhad ze gezegd ' is dit de man waar je van houdt'  Haar zus weet het dus en .. 'Moet ik dit roeren?' onderbreek ik zijn mijmering. Snel helpt hij ons onze salades af te maken. Over mijn vega salade gaat een visdressing. Sorry jongens. Het wordt in een blad geschept, met een opengesneden pepetje dat als bloemetje diensdeed. Alleraardigst. Hongerig vielen we onze salades aan. Lekker! Maar na een hap of 10 zat ik propvol. De salade was slechts voor 4/5e op. Toen ik bijna halverwege was zag ik Mel ook worstelen. Stoppen? Ja. Zonde, zeiden we allebei. Maar goed, we moesten nog twee gangen.
Schuldbewust liepen we terug naar de keuken, waar de chef onze hoofdgerechten uitlegde en wij hem gratis relatietherapie gaven. Heerlijke geuren verspreidde zich door de keuken en wij waren toch wel erg blij met de samenleving waar wij in leven. Goedkeurende, lieve schoonouders en geen haan die er naar kraait dat wij ongehuwd samenwonen. Het hoofdgerecht was heerlijk, maar nadat ik diverse happen had genomen, zat ik weer vol. Ik had gedacht wel weer honger te hebben gekregen van het koken, maar nee. Stomme salade. Het was zo lekker. 'Ik zit prop vol' 'Het is zo lekker' 'ja.' 'ik ben misselijk'  'ik ook. Ik eet alleen nog maar om het lekkere' 'we moeten stoppen' ' we krijgen nog een toetje zo' 'neeeee'.
Met schaamrood op de kaken lieten we 4/5e van de maaltijd staan en liepen we de keuken weer in. Jeetje wat was het daar snikheet. Tevergeefs poogde ik mezelf koelte toe te waaien met mijn notitieblokje. ' Klik' daar ging een enorme ventialor aan. In mijn hoofd zong een koor hallelujah en als twee zombies stonden we in de ventilator te puffen. De chef lachte ons uit. Hij stond daar met zijn lange kleding, zonder een druppel zweet.Het toetje paste uiteraard ook niet. Gelukkig was dat van Mel heel smerig en konden we dat zonder problemen laten staan. Mijn goddelijke bananencreatie moesten we helaas laten voor wat het was na een paar happen. 's Avonds maakten we een lange avondwandeling langs de over de top kerstverlichting in de hoop dat ons eten wat zou zakken.
De volgende dag kwam een busje ons een half uur te vroeg ophalen. Hals over kop gooien we onze spullen in de bus die ons naar Stung Trang zou brengen. Hup, de achterbank op.
Zie dat houtsnijwerk
Ho, wat was dit? Dit was geen luxe bus! Het was amper een bus te noemen! De bekleding was gescheurd, hout op plek waar geloof ik geen hout hoort er vielen druppels op ons hoofd. De airco lekte. Bij Mel begon een plasje op de bank te ontstaan. Een van mijn benen kon maar op de grond door alle bagage die in de bus was gestouwd. Zodra we wegreden sloegen we met onze hoofd tegen het dak. Dat ging nog zo'n 8,5 uur door (in plaats van de 4,5 uur die de bedoeling was) gevuld met ellende.Uit de bus werd er alleen maar geschreeuwd op ons en niemand wilde ons de wegwijzen. Ja, als we geld zouden betalen. Nou, laat maar. We snelden weg van de sjacheraars en sloegen linksaf, de markt op. Vis lag hier niet in een bak en op ijs, maar op een kleedje op de grond. Overal liepen vieze, slecht verzorgde dieren en het barste van de vliegen. Het was heet. Het was vies. En we waren verdwaald. Tot aan de horizon onze verlossing verscheen. Daar, in een etalage. Mel, we zijn gered. Kijk, WIFI!
We vonden ons hotel, bedankt google, en uitgeput plofte ik neer op ons bed. Mel kijkt mij verschrikt aan.
'Saskiak, wat liggen daar voor korreltjes in bed? ' Wat, wat?!' Verschrikt spring ik op. Terwilj ik mijzelf verwoed aan het afkloppen ben stelt Mel vast dat ik in maden ben gaan liggen. Hoevel vermoeid, eiste Mel een nieuwe kamer. ' We clean, sorry'. Nee niks we clean, een nieuwe kamer! Lang leve Mel.
Vijf minuten later lagen we in de king suite (zonder maden).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten