maandag 2 januari 2017

Een dag in het Rotterdam van Laos

Vandaag een flashforward. Laatste keer dat Mel schreef, waren we in Cambodja. Nu zijn we heel wat dagen verder. Eerst had ik even geen zin, en daarna was ik een paar dagen uit de running door voedselvergifiting. Dat andere ga ik ook nog wel opschrijven, maar om er terug in te komen maak ik het mijzelf makkelijk en vertel ik over Pakse in Laos, waar we sinds gisterennamiddag zijn.

"We zijn er net en we hebben morgen 1 hele dag, wat zou je ons aanraden om te doen?'
'Tsja, zei de Finse eigenaar van het restaurant waar we zaten te eten, 'je zou naar de Gouden Boudha kunnen. Daar kan je heen fietsen of scooteren en dan de heuvel op lopen.'
'Okay leuk!'
'Ja, voor de rest valt hier eigenlijk niks te doen.' De eigenaar is even stil en peinst.. 'Nee, dat is het wel.'
Okay top bedankt. En voor het geval dat je denkt dat we in een of ander gat zitten, niets is minder waar. We bevinden ons momenteel in de tweede stad van Laos, Pakse. En na een dag rondstruinen kunnen wij concluderen dat dit niet bepaald een bruisend metropool is. Deze regiohoofdstad lijkt meer een spookstad. Er is een hoofdstraat en daar is wat leven langs, maar voor de rest gebeurt hier niks. Ik loop hier met mijn videocamera rond en na een avond en ochtend had ik nog niks gefilmt. Ik legde het aan Mel voor, maar die kon ook niks bedenken behalve de hoofdstraat. De hoofdstraat ziet er echter zo uit al alles straten die de afgelopen tijd aan ons voorbij zijn geschoten. Veel restaurants, winkeltjes. Mensen zitten buiten op de stoep op kleine, rode plastic kinderstoeltjes wat te eten. Of ze staan te hangen bij hun scooters. Of ze liggen achterin de winkel in een hangmat te slapen. De restaurants en winkels worden afgewisseld met verkoopkantoortjes en woekerwisselaars die om je aandacht schreeuwen. Nu valt dat in Laos mee heb ik het idee, of ik ben er aan gewend geraakt. Busreizen naar Vietnam, Cambodja, Thailand, ze verkopen het allemaal. Allemaal mooie private bussen. Nou, alle keren dat wij op die manier zo'n bus gehuurd hadden, kwam een grote gammele bus voorrijden. Hopen op minibussen heb ik opgegeven. Morgen vertrekken we ook weer in een 'minibus' naar Thailand. Ik heb er nu over geklaagd, dus meestal lost het probleem zich daarna zelf op. Laten we het hopen.

Pakse dus. Nadat we de ochtend hadden besteed aan uitslapen, ontbijten en zoeken naar een pinautomaat die werkt (feest: geen werkende automaat gezien sinds onze aankomst), slokten we over de stoep naar de gouden boeddha. We hadden besloten te gaan lopen omdat we A: niet veel lokaal geld meer hadden en B: er toch niet meer was te doen in Pakse.
Om de zoveel kilometer moesten we gaan uithijgen in de schaduw en betreurde ik in stilte dat ons aftakelingsproces op 24 en 26 jarige leeftijd toch wel erg snel was ingezet. Sjok, sjok.
'Je kan in Laos aan hoe ze heten zien wie voor ze betaald hebben', aldus Mel terwijl de Japanse brug benaderde. En jawel, daar stond het op een bordje 'geschonken als een gebaar van vriendschap van Japan'. Pakse heeft ook een Russische brug. Dit geldt niet alleen voor bruggen. Bij elk momument waar we staan bedanken we verschillende landen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud. Bedankt Zuid Korea, Duitsland, Frankrijk en Thailand, de hoofdsponsoren van onze reis.
Langs de waterkant zien we constructies verschijnen die sterk verschillend met het straatbeeld van betonnen blokkige huizen en sporadisch een vervallen oud koloniale woning; meterslange en hoge hotels. Allemaal in een totaal andere stijl. De ene heeft wat weg van een pistehotel in Oostenrijk, de ander lijkt sprekend op het Partenon in Parijs. Hier is duidelijk wat aan het veranderen.
Camera leeg, bedankt google image search
De 143 meter lange brug zonder schaduw kwam eindelijk ten einde. Van bovenop de berg keek de groten gouden boeddha op ons neer. Mel had tussen de bomen een trap gespot, die zou vast naar hem leiden. Die wandelden we op, maar al snel was er nog heel veel berg, maar de trap was op. We liepen zo goed en kwaad als het kon verder de berg op, maar nadat we geprikt werden door planten, gestoken door muggen en struikelden over steentjes, besloten we terug te gaan. Eenmaal terug uit de wildernis zaten we op de trap en keken we uit over het water en een aantal spelende geitjes. Na wat rondgevraagd te hebben waarbij we veel naar de berg wezen en moeilijk keken, wees er eindelijk iemand 'bocht op, dan links'. Een metershoge trap doemde voor ons op. Dankbaar voor de stabiele ondergrond klommen we naar boven. De treden waren iets te klein voor onze voeten en ongelijk van hoogte, maar goed, ze waren er. Bovenaan bevond zich echter niet de Boeddha, maar allemaal bomen en nog een stuk berg. Na een stuk gelopen te hebben door het bos, kwamen we een nieuwe trap tegen. De trap was echter stuk. Treden hingen scheef of ontbraken volledig en overal staken spijkers uit. Ja en nu? We klommen via het platgestampte paadje via de stenen omhoog. Onderweg dacht ik mij vast te kunnen houden aan een boomstam, maar deze boom bleek doornen te hebben. Auw. Terwijl we de kapotte trap die langs ons liep bestudeerden, kwamen we tot de conclusie dat de trap helemaal niet zo oud was. 5 jaar, zoiets.
'Hoe gaat zo iets zo snel kapot' vroeg Mel zich hardop af. 'Waarom repareert niemand dit?!' ergerde ik mij. Dit is DE hotspot van Pakse. De enige plek waar toeristen heen kunnen en de halve lokale bevolking leek er rond te scharrelen. Toeterende scooters met jongens met hun meisje achterop hadden ons op de brug ingehaald en liepen ook naar boven. Eentje had een gitaar bij zich. Aw. En allemaal op teenslippers. Waarom?! En dan denkt iemand van jullie misschien nu: maar Saskia je moet alles daar niet met zo'n westerse blik bekijken en alles naar onze standaarden houden. Dan zeg ik, ga weg hippie, ik wil gewoon de berg op lopen zonder mn nek te breken.
Goed, uiteindelijk kwamen we bij een groot blok betonnen plateau uit waar de Buddha op zat. Enorm gevaarte. Het plateau waar hij op zat, was echter niet af. Overal stonden nog stalen draden in het kale beton en links van het plateau lag de basis van wat het linkerdeel van het plateau had moeten worden. Het was volledig begroeid met gras. Een paar meter verderop stond een half betonnen huisje.We gaan op een halve trap van kaal beton zitten. 'Het geld was op', concludeerde Mel. Geen land dat dit project steunde, zelfs Laos niet meer. De treurige bouwplaats deed echter niks af aan het adembenemende uitzicht.
'De camera is leeg.'
'He nee he!'
We kijken naar de mensen die met een selfiestick zichzelf in moeilijke bochten wringen.
'Alsof ik met jou op de foto wil'
'Nou dan niet joh'
Lachend loopt Mel weg, terwijl er opeens een vrouw op mij komt afgerend. Ze heeft een kind bij zich, dat steeds harder begint te huilen namate ik dichter in de buurt kom. De vrouw trekt het kind aan haar arm mee. Ze gaat naast me zitten, duwt het kind half op mijn schoot en ik zeg ' eh.. sabaidie (hallo)'
Dit beeldje sierde de ingang van de tempel
De vrouw wijst naar voren en ik kijk een camera in. Ik lach wat ongemakkelijk richting de vrouw die de camera beet heeft. Ze zwaait met haar vingers in een v en wilt dat ik het gebaar maak, als een blij klein japans meisje. Schaapachtig ga ik hiermee akkoord en drie foto's later zijn de vrouwen en het kind weg.
Mel staat de boel verbrouwereerd aan te kijken. 'Wat krijgen we nou?'
Lichtelijk verward kijk ik hem aan en zeg zelfvoldaan: 'Ja, als jij niet met mij op de foto wilt, heb ik zo iemand anders gevonden hoor.'

Voorbij de gouden boeddha is een grasveld waar zo'n 50 kleine boeddha beelden zijn. Sommigen zijn wit. Die werden door de monikken geschuurd en goud geschilderd. Daar was wel geld voor.  Verderop is tempel. 'Bierglasboeddha, de Heineken god!' roept Mel. In de tempel staat een donkergroene Boeddha van glas. Om de tempel heen is een parkje waar allemaal plastic schapen staan en stenen lieveheersbeestjes. Ik snap er zelf ook allemaal niks meer van.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten